Daarom plan ik een route via de Morvan om dan zo naar de Jura te kunnen doorsteken en later de Alpen in te duiken. Langzaam opbouwen, heet dat.
Dag 1 begint begint om 10h00 bij Peter D'haese. Daar zal de fietspomp van mijn nieuwe K75 vervangen worden door de Wilbers die onder mijn kapotte moto zat. Blijkt dat er aan de Wilbers een lek zit... Shit, en ze hebben op hun schap ook niks meer liggen. We besluiten om die Wilbers er toch maar onder te steken. Alles is beter dan wat er nu onder steekt.
Het is 12h00 als ik vertrek richting E17.
T.h.v. Lille kom ik in de file terecht. Ik durf er niet goed tussendoor rijden. Het is om te beginnen redelijk smal tussen de (vracht)wagens en bovendien zit ik nog wat met de poepers na mijn ongeval van enkele weken geleden. Soms doe ik het, soms blijf ik erachter. Watje.
Voor de eerste péage verlaat ik de autostrade. De geplande koffiestop in Arras laat ik voor wat het is en ik richt de neus op Cambrai. Een normaal mens komt daar niet maar ik heb daar jeugdherinneringen. Een dagschoteltje en enkele cigaretjes later vertrek ik met een omweg langs nog een jeugdherinnering naar St-Quentin.
Het is begonnen.
Ik voel het.
Ik ben weg.
Het begint te regenen...
Ik heb van dag 1 geen foto. Het regent en ik wil gewoon doorrijden. Ik heb wel al in het snotje dat ik vandaag niet meer in de Morvan geraak.
In het dorpje Montmirail, in de Brie-Champagne, vind ik na wat zoeken een hotelletje. Zo een vervallen glorie waar Napoleon zeker nog een kamermeid bezwangerd heeft. Ik ben de enige klant en de uitbaatster heeft heel wat gebabbel in te halen.... Is niet erg. Een fris biertje verzacht alles en het avondeten is lekker. Jammer dat ik geen foto nam.
Op dag 2 haal ik de moto uit de garage waar ook een oude vette amerikaan staat te blinken. Een folieke uit de jeugdjaren van de uitbater, blijkt. Via allerlei D's rijd ik tot in Vezelay. Vezelay is, naast de poort tot de Morvan, ook een gekend bedevaartsoord op de route naar Compostella met een mooie basiliek. Dat wil ik wel eens zien. Hewel, het is prachtig. Maar ik ben echt blij dat het slecht weer is. Het is er rustig. In de zomer is dit waarschijnlijk koppenlopen. Een toeristenval, qua. Hieronder een detail van de basiliek met in de verte een glimp van mijn K. De ratten houden de boel recht...
Na Vezelay duik ik zonder echt plan het natuurpark van de Morvan in. De eerste indruk is goed. Het is hier mooi, veel groen, heuvelachtig, weiden met hagen omrand. Er is weinig volk op de baan. Dit is dan ook een van de snelst ontvolkende gebieden van Frankrijk. Weinig tot geen industrie. De Morvan is een ideale plaats om 's nachts de sterren te bekijken. Maar ik denk niet dat ik daar vanavond veel zal van zien door de wolken. Alleen maar doelloos rondrijden..., niet mijn ding. Dus duik in dit café in om wat tips te sprokkelen. Van truckers echter geen spoor. En de muziek was ook eerder soft. Ik denk dat de naam betrekking had op de uitbaatster...
Ik zag hier door het venster trouwens een R100GS met Belgische nr-plaat passeren. Een zwarte met blauw/groene stripping.
Mooie streek, de Morvan. Zeer groen. Weiden omzoomd met hagen. Bossen...
Voor de fans van OHL...
Het regent nog steeds en het wordt kouder. De damp stijgt op van de meertjes en zelfs mijn spiegels dampen aan. Brrrr, het wordt verdorie fris.
En wat is dat? Water in mijn botten? Tiens, mijn handschoenen zijn toch gore-tex? Het wordt tijd om overnachting te zoeken. Na minder dan een uurke zoeken , bots ik op een camping mét hotelfunctie. De max! "Ieieieieieiep...", mijn remmen toe (ja, ze piepen, ik moet er eens naar kijken). Open haard die brandt en waar mijn kleren kunnen drogen, 2 Leffe's, WiFi, avondeten,... meer moet dat niet meer zijn vanavond.
Dag drie begint met het plannen van de dag. Punt 1 op de prioriteitenlijst voor vandaag en de komende dagen is: geen regen of koude meer. Meteofrance dwingt me naar het westen. Geen Alpen dus. Ik plan een rit naar het zuiden van de Morvan en daar zal ik afbuigen naar richting opklaringen.
Afscheidsblik op de Morvan. Het zuiden was iets heuvelachtiger.
Ik passeer de Alier. Dat is een een rivier dus... Ik zie een pak oldtimers (er is waarschijnlijk een meeting) maar geen Motard. Mooie snelle op en neer kronkelende wegen. Via Nevers gaat het naar Bourges. Mooie kathedraal! Een bende Japanners wil daar met mij op de foto zeg. Of met m'n moto. Dat kan ook.
Na Bourges schiet ik omhoog, richting Orleans. Ik sluit, op een rond punt, toevallig aan bij een groep van een 20-tal moto's. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo in een groep over de baan gekacheld heb. Dat voelt wel plezant. Beetje stoer ook. En goed ruiken!
De baan steekt echter tegen. Altijd rechtdoor. Dus draai ik af richting Loire om de kleinere wegen op te zoeken. Dat ziet er al beter uit.
Na Orleans neem ik de autostrade richting Parijs. Als ik morgen nog wat leuks wil doen, moet ik nu een stukje opschieten. De ring valt goed mee. Zondagavond is het precies rustig.
Even overweeg ik om Parijs in te rijden en daar iets te zoeken. Het wordt Compiègne. Een hotelletje aan het water. Het duurste van de hele trip. Maar bon, het is 11 uur 's avonds en ik heb geen zin meer om te zoeken.
Dag 4 begint weer met het plannen van de dag. Ham-Peronne-Albert-Buquoyt... Een stukje door de vallei van de Somme, dus. Daarna Arras rechts laten en via-via tot in Bethune. Veel oorlogsmonumenten. Veel Engelse wagens.
Deze streek ga ik onthouden omdat ze niet zo erg ver van Gent ligt en, mits wat voorbereiding, prachtige trips kan opleveren. Veel mogelijkheden om goed door te rijden.
Een koffietje en een sigaretje op zijn tijd. Hier mag gevloekt worden....
Ergens in de buurt van Bethune treft de grauwheid en de troosteloosheid van de streek me. Ik begin af te tellen. Ik hoop op de verlossende pijl met Menen of Ieper of Kortrijk erop.
En dan is het zover. Daar ligt het zie...

Al bij al een mooie 4-daagse. 1700 km gebold. Plaatsen gezien waar ik nog niet geweest was.
Beetje jammer van de Alpen. Maar blij met de nieuwe moto en vooral met het herwonnen vertrouwen.
De Alpen lopen niet weg.













