Dag 4: Vent tot Vent – 09 augustus
04u45.
De wekker kakelt ons wakker. Ik strompel naar het raam. Loer verdwaasd naar de buiten, richting de donkere hemel en merk een volle sterrenhemel en wat froezelige wolken. Een grijns komt op mijn gezicht. Het actieplan van gisteren schreef voor dat een potdichte wolkendek wilde zeggen dat we in bed bleven liggen maffen en open hemel wilde dan weer zeggen dat we de baan op zouden gaan. Een donkere rit naar Passo Gardena om van daaruit de opkomende zon tegemoet te staren. Tegen 05u15 verlaten we ons nest.
Niemand op de baan natuurlijk.
De dolomieten steken zelfs in deze donkerte af, met hun lichte gekleurde rotsen. Een mooie startrit.
Rond een kleine 05u45 arriveren we aan de parking aan de oostkant van Gardena en zwieren smeuïg de GSA in het midden van de parking. Enkele mobilhomes staan broederlijk aan de kant naast elkaar en een klein autotje stopt even later. Het is snel duidelijk dat die hetzelfde ochtendglorie-actieplan in hun hoofd hebben. Zo zitten we daar allemaal stil naar de lucht en rotsen te kijken. Geen bovennatuurlijk mooie zonsopkomst. Wel enkele foto’s en een ritueel rijker.
Tegen een kleine 06u45 houden we het voor bekeken en draaien onze voorgevels verder richting het dal. 10 minuten lager ligt namelijk een parking, van waaruit een pittige viaferrata start. Eentje die niet al te moeilijk is. Dus vroeg eraan starten is de boodschap, anders is het filerijden, euh fileklimmen op de berg. Een tweede reden om er vroeg aan te starten is het aankomende weer. Tegen de middag zou er een regenfront zich in onze buurt komen nestelen.
We parkeren de motor, verwisselen de outfit en proppen de motorspullen in de koffers en tanktas. Klimgordel aan, andere helm op onze bol, rugzak op de rug en een korte wandeling tot aan de start van de klim. Zelfs op dit vroege uurtje zijn we niet alleen. Het ding start met wat ijzeren hulpmiddelen, maar lang duurt het niet of deze verdwijnen en ben je aangewezen op trefzekere handen, gloeiende onderarmen en solide beenspieren en –gewrichten. Een dikke 3uur later staan we op het eindpunt, waar het nog een 15 minuten is stappen naar een refuge voor de (ondertussen) noodzakelijke pint bier en apfelstrudel. En inderdaad, Meen drinkt heel af en toe eentje mee. Telkens als er wat te vieren valt. Zo moest de aankomst in de bergen worden gevierd en ook de afronding van deze klimtocht. Soms ze zichzelf eens tegen tijdens fysieke sportactiviteiten en ditmaal was het niet anders. Een superlange via ferrata, met af en toe opstroppende klimmers en een te opdringerige achtervolger achter (onder) haar op het parcour, was meer dan voldoende om geregeld eens wat te trommelen met haar vingers op de berg of om wat te knauwen op de ijzeren kabel.
Het pad terug was een 1u30-durende versie tussen kletteren en wandelen. Knieën en bovenbeenspieren jodelden alle bergshlagers bij elkaar. Onder ons nog een massa toeristen die naar boven ploeterden en boven ons een onheilswolk die met grollende keelklanken dichterbij kwam.
5 minuten voordat we terug bij de motor aangekomen waren had het onding ons ingehaald en plotsklaps werd de weerkundige hel losgelaten. Op de parking was natuurlijk geen enkele schuilplaats of afdak en daar sta je dan, in natte bergkledij. Hoe in godsnaam moet je dan van kleding wisselen? Wij wisten het niet. Dus trokken we helemaal verbouwereerd de motorvesten boven de regenjassen aan, wisselden van helm en voor de leut ook nog andere handschoenen. Gaan met de waterige banaan! 10 minuten later kwamen we aan, boven op de pas en was de hel wat tot rust gekomen. De storm was wat minder en de hemelse waterval was overgegaan tot een Belgische regenbui. We waren kletsnat en verkleumd tot op het bot. 15 minuten verder lag ons bed&ontbijt-ding, dus hadden we niet echt veel redenen om te stoppen met rijden.
Meen onmiddellijk naar een warme (hete) douche en ik de logistieke afhandeling van natte vesten, schoenen, handschoenen, helmen, onderbroeken en andere verzopen attributen. Het ochtenduur, de koude, de honger en de nattigheid gaf nog een kleine verlenging van het begrip ‘kletteren’. Dit duurt echter niet lang bij ons. En nu ik me hier omdraai om eens naar haar te kijken, merk ik dat ze goed ligt te knorren onder de donsdeken. Goed zo. Ze heeft al het voorgaande eigenlijk heel knap verteerd. Wetende dat niet alle jeugd voor zo’n actieplannen te vinden zouden zijn.
En subiet, gaan we het klimmateriaal terug afgeven, wat eten en de avond rustig en snel inzetten.
Tot morgen.
Ze voorspellen enkele buitjes en wij hebben nog geen concrete plannen. Die zullen we straks wel bij het avondeten even op tafel gooien.
