Just
Demping is een heel vies beest.
Alvorens je begint te draaien aan vijsjes, zie eerst dat je een aantal kilometers gereden hebt, zodat de olie op werkingstemperatuur staat. Dan kan je best even nakijken welk soort demping je eigenlijk wil regelen op je motorfiets, of beter nog, welke mogelijkheden er aanwezig zijn.
Indien er maar 1 regeling aanwezig is, is dit meestal de uitgaande demping, ofte de snelheidsregelaar waarmee je de snelheid van het uitveren kan bepalen.
Zijn er 2 regelingen dan kan je zowel ingaande als uitgaande demping regelen.
Indien er geen regeling aanwezig is kan je de demping beïnvloeden door te werken met verschillende diktes van olie, of moet je beginnen spelen met de dikte en plooiweerstanden van de shims. Dit zijn de ringetjes die meestal op de zuiger te vinden zijn en door hun dikte en de mate waarin ze al dan niet gemakkelijk plooien onder druk (en zo meer of minder olie laten passeren) de demping bepalen.
Met demping moet je oppassen in die zin, dat je nooit met de uitersten mag werken om te rijden. Teveel demping heeft als resultaat dat de vering niet snel genoeg putten en bulten kan opvangen en dan krijg je het effect van een toeklappende ophanging. Je voelt in dit geval enorm veel schokken en de banden verliezen contact met het wegdek. Het hele gewicht van de motor en de rijder begint eigenlijk te stuiteren.
Te weinig demping zorgt voor stuiterende wielen zoals Lomax al beschreef. Je voelt geen schokken doordat de veren alles snel opnemen, maar je wielen raken eveneens bijna geen grond. Enkel de wielen stuiteren en niet de rest van het gewicht van motor of berijder. Geeft een zweverig gevoel.
Je kan best beginnen regelen vanuit de volledig "gesloten" stand, dwz maximum demping, en ze dan langzaam aan opendraaien. Aangezien je nooit zeker weet waar in de hele click-range de effectieve "open" stand van een dempinginstelling juist zit, moet je beginnen vanuit de enige stand die je zeker weet, zijnde de gesloten stand (zie ook lager). Max. 2 clicks per keer. Testrijden en bijstellen. Niet eenvoudig, want je moet al in staat zijn het verschil tussen een toeklappende en een stuiterende vering goed te kunnen onderscheiden. Ergens middenin ligt de gulden dempingsweg...
Zorg er altijd voor dat de motor in balans is tussen voor-en achterkant.
Het heeft geen nut om de voorpartij perfect af te regelen qua demping als je aan de achterkant niks kan regelen ! Dan kan je beter de instelmogelijkheden van de voorkant gebruiken om ze zo gelijk mogelijk met de achterkant te zetten. Zelfs al is dat niet de meest perfecte instelling voor de voorvork apart. Dat zal nog steeds prettiger rijden dan ongelijke afstelling.
Overschat ook nooit de instelmogelijkheden van een normale consumenten-ophanging. Als een vork bvb regelbare uitgaande demping heeft, instelbaar over 20-25 clicks vertrekkende vanaf de stand "volledig toe", dan mag je ervan uitgaan dat enkel de eerste 8 clicks effectief werken. Maw, op 8 clicks staat de demping, of het instelbaar gedeelte ervan, reeds volledig open... Er is dan nog steeds demping, maar enkel nog via hetgeen erin zit qua shimpakket.
Een basisafstelling voor de balans tussen voor-en achterkant kan je zoeken door de motor rechtop te plaatsen en ter hoogte van het zwaartepunt recht naar beneden te duwen. Hij moet dan even snel in-en uitveren zowel voor als achter. Bij ingaande en uitgaande regeling kan je de 2 bewegingen apart bekijken.
Indien voor-en achterkant volledig regelbaar zijn kan je beginnen met de voorkant zo ideaal mogelijk af te stellen, en daarna de achterkant proberen matchen.
Nodeloos te zeggen dat zoiets de eerste keer dat je het doet bijzonder moeilijk is, en je er best nog een 2de persoon met een scherp oog of veel kennis van zaken bijhaalt. Enkel op die manier kan je ondervinden of leren in welke mate je eigen observaties correct zijn.