Afgesproken met Carlo(51) en Rolf (Zino) om 6u30 aan een tankstation in Dendermonde. De wekker gaat om 5u15 en heeft slechts een fractie van een seconde nodig gehad om me te wekken. Daags voordien om 22u gaan slapen om monter en fris te zijn. Het inslapen lukte niet zo goed vermits de drie vrouwen des huizes hevig supporterden voor de overwinning van Karel en Ken. Mijn restaurant op VTM voor de leken.
Soit, uit bed en na mezelf te hebben verfrist, alles op de motor geladen. Nog vlug een boterhammetje, afscheid nemen en om 6u20 was ik op de afgesproken plaats. Volgetankt en wachten op mijn reisgezellen. Stipt 6u30 Carlo arriveert en tankt zijn GS vol. Telefoon van Rolf dat hij al verkeerd is gereden. Dit zal echter de laatste keer niet zijn


Na de begroeting, Carlo de sukkel had al de hele week last aan zijn maag van de zenuwen, richting Brusselse ring. De file valt mee, paar honderd meter en eenmaal op de E411 gaat het vlot tot de afslag Halma. Gestopt aan een hotel restaurant en hoewel het bord “ouvert” uithing kwam de eigenaar zeggen dat het gesloten was. Dan maar verder tot Redu voor de eerste pauze. Mijn gezellen hun regenkledij verdween in de koffers en naarmate Frankrijk naderde was de zon meer van de partij. Na een terras waarbij Rolf al grote dorst had ook de motoren getankt en vlug in de supermarkt een koffiekoek gekocht. De thermometer ging al richting 30 graden.


Uiteindelijk de Vogezen bereikt, nog vlug de Col de la Schlucht over en via de Route du Cretes tot het eerste hotel gelegen in Krutz. Een bezoek aan de plaatselijke café ’s avonds bracht ons meteen in de juiste sfeer. De uitbaters waren duidelijk fan van de film Easy rider en hadden er de looks naar. Het interieur was versierd met foto’s van de twee Amerikaanse motorhelden. Je verwacht zoiets niet in Frankrijk.

Zaterdag 12/6
Iedereen was al vroeg op post, de motoren werden geladen voor het ontbijt. Even paniek, ik was mijn sleutels kwijt. Carlo en Rolf hielpen me zoeken en al gauw bleek dat ik deze daags voordien in een handschoen had gestoken. Oef, na het ontbijt wat naar Franse norm uitgebreid was vertrokken. Eerst via de Col Du Bussang met zicht op het gekende motorhotel richting Ballon d’Alsace. Het was vandaag ook feest voor de wielertoeristen allerhande want ‘les trois ballons’ werd gereden vandaag. Ook om die reden de Grand Ballon van het schema geschrapt. Enfin de ballon dus op,zig-zag tussen de wannabee Cancelare’s en Boonens.


Vlug even een sfeerbeeld schieten op weg naar de top. Tijdens de afdaling even gepolst hoe vlug die waaghalzen afdalen. Het viel nog mee, 60km/uur.
Wat later belfort door tot ergernis, enorm druk verkeer en in Danjoubin merk ik plots op dat Carlo en Rolf niet meer volgen. Ik zet me aan kant en krijg telefoon van Carlo dat we elkaar kwijt zijn. Hij was de parking van de Inter Marche opgereden en ik besloot me bij hem te begeven. Rolf nergens te bespeuren. Telefoneren en na een uurtje had hij ons terug gevonden. Damn, enorm veel tijd verloren. Carlo besloot toen om kop te rijden. In de Jura liet ik hen voor mij uitrijden om ze daarna kunnen bij te benen. De eerste mooie col dient zich aan, col de la Faucille. Dju wat zou ik graag het gas erop leggen maar besluit me nog even in te houden. Even wrijf ik me in de ogen, zeg mannekes da mag hier wat sneller gaan, een Harley die ons voorbij rijdt dat is slecht voor mijn reputatie Zenne. Bij het afdalen van de col krijgen we een uitzicht over het meer van Geneve. We rijden een stukje Zwitserland door, steken de Rhône over die grauw en grijs ziet en onaangenaam geurt. Alvorens een hotel te zoeken brengen we nog een bezoek aan de pont du Caille om uiteindelijk een hotel te vinden in St. Martin-Bellevue. Het hotel is afgelegen en er zit niks anders op om na het eten even de benen te strekken en op het terras van het hotel te blijven zitten. Tot onze grote verrassing worden we vergast op vuurwerk dat wat verder op een heuveltop de lucht wordt ingeschoten.

Pont du Caille


Zondag13/6
Door plaatsgebrek in het hotel de nacht met 3 op 1 kamer doorgebracht. Eén van mijn kamergenoten heeft zijn houtvoorraad voor deze winter aangevuld en daardoor was ik nog moe bij het ontwaken. Veel te weinig geslapen. Het ontbijt stelde niet veel voor, ach de Fransen, wat stokbrood en confituur. Maar allee, de verwachtingen voor vandaag waren hoog. Een droom komt uit, de beklimming van enkele cols. We halen de motoren uit de schuur van het hotel en vertrekken. Ha, het meer van Annecy.

Even wat kiekjes nemen, ergeren aan een Zwitser met een zware Lexus die blijkbaar niet sneller kan dan 30km/h. Daarna de bergen in. Aan de collet du Tamie stuurt de GPS me een klein straatje in en wil me 3 km verder opnieuw de hoofdbaan opsturen via een voetgangersbrug. De zijde waar we stonden konden we de barriere van de brug voorbij, no problem dus, ai de andere zijde is een sas.
Terugkeren dan maar. Ik rij achter Carlo en zie Rolf niet meer in mijn spiegel. Aan de andere kant van de brug gewacht tot ik via de Zumo mijn gsm hoor gaan. Rolf was gevallen in een scherpe draai. Hij had met hulp van een local zijn motor terug recht gekregen maar was de andere kant uitgereden. We besloten ten langen leste om naar hem toe te rijden. Na een pauze te hebben genomen op weg naar de eerste echte col van vandaag, de Madeleine. Dju het is toch effe wennen, de gapende diepte naast je. Geen stuurfout maken denk ik bij mezelf. Wanneer ik op de top ben heb ik tijd om mijn kompanen op te wachten en hun aankomst te fotograferen.



Eenmaal terug in het dal, in La Chambre besluiten we om even een terrasje te doen. Den deze verstrooid, of nog ijl en enthousiast over mijn eerste echte col die ik heb beklommen denkt dat de jiffy al is uitgeklapt en laat de motor gaan. MILJAAAAARDE, STOMMERIK schreeuw ik tegen mezelf als ik de GS begeleid neerleg. De valbeugel heeft zijn taak volbracht, de motor beschermen tegen ernstige schade. De Engelse wielertoeristen op het terras vragen me: “how is the bike “ terwijl ik antwoord:” fine, it’s nothing, I forgat the jiffy. Tja, het is de 13e vandaag hé.
Maar allee, terug op pad. Op weg naar de Col waar ik het meest naar uitkijk, de Galibier. Ik zie ergens op een bord staan:
Col du Galibier: open en denk oef. Via de Col de Telegraph naar boven, het landschap links en rechts bekoord me enorm en ik stop regelmatig om een foto te maken. Even de verplichte foto aan een sneeuwplek en dan klimmen.

Carlo en Rolf zijn al door en ze wachten me op aan het hekken, Route Barree dedju.



De echte Col zal voor de volgende keer zijn, door de tunnel dan maar. Voorbij de tunnel ga ik wat auto’s voorbij terwijl mijn reisgezellen netjes achter die vierwielers blijven. Daardoor heb ik wel een marmot bijna platgereden maar allee, dat beestje was net op tijd over.
Aan de Col du Lautaret besluit ik op hen te wachten en we rijden verder naar de col de L’Izoard en Casse Désserte. Mooie col maar heel bizar die Casse Désserte. Het leek of we vanaf nu alleen op de baan waren.


Er restte ons nog de Col d’ Agnel over te steken om Italië te bereiken. Merde de col is geloten en nu?
Vermits het ondertussen al 17u30 was en we rond 18u een slaapplaats zoeken uitgeweken naar Guillestre om de nacht door te brengen. Geen erg, het lot bracht ons door de Gorges du Guille. Nog gestopt om een paar foto’s te nemen. We waren onder de indruk van deze schoonheid.

Guillestre heeft een klein historisch centrum en we aten er verdomd lekkere pizza. Als de Italiaan in ons gezelschap er zelfs 2 verorberd moet het al goed zijn. Rolf en ik hadden met 1 pizza genoeg en namen nog een dame blanche ondertussen mijmerend over de uitslag van de verkiezingen in Belgïe. De laatste nacht Frankrijk, morgen Italië. Net op tijd weg uit de streek als we de weerberichten mogen geloven.
Maandag 14/6
De uitbater van het hotel, dat zich profileerde als relais motard maar geen deftige, laat staan veilige stalling had voor de motoren, even laten telefoneren om te informeren over de Col d’ Agnel. Nog steeds gesloten. Alternatief via de Col du Vars richting Italië.

Prachtig alternatief, mooie wegen, mooie panorama’s. Carlo rijdt op kop en houdt er uitzonderlijk een goed tempo op na, zijn geboortegrond roept denk ik bij mezelf. Een hert ontsnapt net aan een aanrijding en her en der duiken er marmotten op. Plots gaan Carlo zijn twee armen de lucht in, daar staat het bord van Italië. Dit wil ik toch even op foto en zet me aan de kant. Wat verder merk ik een Italiaanse cowboy op. Even lijkt het op een grenscontrole tegen illegalen, ach het is bijna 30 graden en mijn fantasie slaat door.

Net over de grens houden we halt om wat te drinken. We zijn niet alleen, een stuk of 8 Italiaanse motards zitten ook op het terras en Carlo verbroederd meteen. Hoewel maar 500 meter op Italiaanse bodem weigert de uitbaatster Frans te spreken, verstaan doet ze het wel en de toiletten zijn ook nog van franse makelij. Carlo bestelt dat maar wat te drinken voor ons terwijl Rolf en ik ons wat verlaten voelen.
Allee, terug on route, de Colle della maddelena telt 17 tornentes of haarspeldbochten en bijna evenveel verkeerslichten en weg werkzaamheden. Voor mij rijdt een Audi en ik zie plots zijn bandenafdruk in verse asfalt. Ik kom tot het besef dat ik er ook door rijd. Achter de bocht staat een driftige Italiaan met zijn armen te zwaaien dat we de andere kant van de weg moeten rijden. In een soort gebarentaal zwaai ik terug met de boodschap in het plat Vlaams dat ze het beter moeten aangeven. In mijn spiegels zie ik dat Carlo en Rolf ook erdoor reden. Tja die mannen mogen opnieuw beginnen denk ik bij mezelf. Aan het volgende verkeerslicht bekijk ik mijn en de anderen hun banden en deze hangen dus vol vers asfalt .
Dan maar verder via Cueno richting Vercelli waar we de oorspronkelijke route terug oppikken. Kilometers voor Vercelli merk ik gewas op dat in water staat. Ik denk aan rijst maar maak me direct de bedenking dat zoiets niet kan, dat komt uit Azië of Amerika was ik stellig overtuigd. Ik laat Carlo naast mij komen en inderdaad het is rijst. Daar moet ik een foto van hebben want anders geloven ze me thuis niet.

Middagstop in Italië, warme panini met hesp, ondanks de tropische warmte van 31,5 graden buiten smaakt dit. Het wordt al snel duidelijk dat gedurende de periode in Italië aan Carlo weinig zullen hebben als gesprekspartner. De Italianen daarentegen des te meer


Zonder erg Vercelli als tussenpunt in een unflagd route gestoken, dus de rest van de route was herberekend. Ook al hadden we de optie snelwegen en tolwegen uitgevinkt stuurt de Zumo ons wel een tolweg op. Ach het is iets anders en we kunnen wat tijd inhalen. Het einddoel vandaag was het Lago Maggiore. Het liedje van Peter Koelewijn, Angeline m’n blonde sexmachine klinkt in mijn hoofd. Zeker het zinnetje: ‘en waar je heen mag gaan amigo naar Spanje of het Lago Maggiore een Angeline blijft nooit trouw oh vergeet het maar’
We rijden rond een stadje en aan de rand van het bos merk ik, mijn gezellen trouwens ook, een knap meisje op, ultrakort rokje met benen om u tegen te zeggen. Wat verder idem dito. Ik lach en denk dit kan toch niet. Prostituees. Begint het plots te regenen man, met bakken uit de hemel. Rolf en Carlo direct het regenpak aan, ik vertrouw op de C Change en terecht blijkt later nog op deze reis. Terwijl mijn gezellen hun regenpak aantrekken denk ik met medelijden aan die arme schaars geklede dames. Wat verder zie ik één van hen met een paraplu in de hand beschutting zoeken tegen de bomen.
Carlo maant me aan om vanaf nu wat trager te rijden maar een kilometer verder is de baan opnieuw droog.
Om 18u10 laat ik terwijl we langs het meer rijden de GPS een hotel zoeken. Ik kies er 1 uit en stuur de GS er naartoe. We hadden ons gedraaid op de weg en ik merkte niet op dat Rolf achterbleef. Carlo en ik hadden al ingecheckt en van Rolf nog steeds geen spoor. De eigenaar van de Agriturismo ( een B&B in Italië ) was zelfs zo vriendelijk om met zijn scooter tot aan de hoofdbaan te rijden om uit te kijken naar Rolf. Ik had hem al gebeld maar de verbinding werd plots verbroken. Na een half uur, en verschillende pogingen om hem te bellen kreeg ik telefoon. Rolf zijn batterij van de gsm was leeg en hij had in een restaurant gevraagd om even via zijn oplader in het stopcontact te mogen bellen. Een kwartier later waren we terug alle 3 samen. De sfeer was eerst wat bedrukt, een verkwikkende douche en een goeie maaltijd brachten de positieve energie terug.
Zoals eerder al gezegd was Carlo constant aan het verbroederen met zijn landgenoten. De gerechten volgden elkaar snel op want de eigenaar van de B&B had geregeld dat we in het dorp de voetbalwedstrijd Italië-Urugay op groot scherm konden volgen. We werden met de wagen gebracht. De sfeer was uitgelaten. De anders zo stille bedeesde Carlo was voor ons onherkenbaar. Uitbundig en vol enthousiasme supporterde hij voor zijn landploeg. Tja wij deden dan maar mee.


Dinsdag 15/6
Regen a volente. Mijn twee gezellen hadden weinig nachtrust gekend, hun Duitse buren en eveneens motards hadden tot 1u een feestje gebouwd. Het duurde tot Carlo op de muur had gebonkt. Ik had er geen last van vermits ik altijd opteerde om alleen te slapen en een kamer verder lag. Als weerwraak stond Carlo om 7u30 een serenade te geven door het open venster van hun kamer en vermits die mannen hun raam ook open stond……

Ontbeten, de moto bepakken, regenkledij aan en vertrokken. Van het Lago Maggiore naar het meer van Lugano via een hoekje van Zwitserland. Ik was even verstrooid en dacht reeds aan het Como meer te zijn. Het was nog wat verder. Aan het Como meer de veerboot genomen om aan de andere kant te geraken.
Even wat eten
en besloten om de route van vandaag wat in te korten. Door het slechte weer en de drukte rond de meren teveel tijd verloren. We hadden op 2 uur amper 40km gereden Een stukje inkorten dan maar en wederom met een verrassene route als resultaat. We reden in het Parco Della Orobie Bergamasche via de Val Tallegio.


Heel mooi maar door de kleine wegen wederom tijdrovend. Via de San Marco pas, dewelke zeker een hele mooie pas is en waar je moet opletten voor loslopende tamme wilde geiten ( op 4 poten ).



Reden we door tot Sondrio waar we de nacht zouden doorbrengen. Voor Rolf en ik was het iets te druk in die stad en we besloten om samen met Carlo’s laatste krachtinspanningen iets te zoeken buiten de stad. Wederom bracht het lot ons iets moois:Ponte In Valtelina. Smalle straatjes met hobbelige kassei, duidelijk aangelegd toen er van waterpas nog geen sprake was. Ik volgde de GPS op zoek naar een hotel toen ik een wegwijzer opmerkte Agriturismo. Ola, met de schitterende ervaring van daags voordien besloten om die te volgen. Via kleine steile weggetjes terechtgekomen aan het logement.

De vrouw des huizes zat beneden in het dorp en haar man was zo vriendelijk om ze te halen. Ondertussen bracht de dochter ons iets te drinken. Carlo was doodop en had zelfs de kracht niet meer om 3km terug te rijden tot het restaurant. In eerste instantie had de eigenares geen eten voor ons maar Carlo verkreeg haar medelijden. Ze vroeg of we tevreden waren met een bord pasta. Tja, wij content dat we ons ook niet meer dienden te verplaatsen. Amai, wat zijn wij daar verwend geweest. Eerst was er brood en verschillende soorten hesp, salami, opgevulde tomaatjes, bereide aubergines. Daarna een bord pasta met een sausje. Ik krijg het water in de mond als ik er aan terug denk.

Perfect gekookte pasta en een heel lekkere saus. Ik heb die avond aan mijn vrouwtje laten weten dat ik mijn eerste culinaire orgasme heb gehad. Wij hadden een karaf wijn erbij maar deze bleek niet van de streek te zijn. Geen probleem, de eigenaar was wijnhandelaar en van het huis kregen we een flesje wijn uit de streek begeleid met kaas uit de streek. Met het glas wijn trok ik naar buiten, het zicht vanop de berg naar het dal deden me beseffen dat een mens niet veel nodig heeft om gelukkig te zijn.
Woensdag 15/6
Na een goeie nachtrust het meest karige ontbijt van de reis. Beschuit met confituur, een groot contrast met het avondmaal van gisteren. Volgens Carlo eten Italianen ’s morgens niet dus het is bij deze vergeven.
De giant staat vandaag op het menu, de pas die iedere motard eens moet doen in zijn leven, De Stelvio. Voor vertrek nog op internet gezien dat hij aan Italiaanse zijde gesloten was. Groot was de vreugde toen we Bormio naderden en op de borden te lezen stond dat de pas open is. Allerlei vragen rijzen op, is die echt zo moeilijk of is het allemaal over roepen? Via Bormio de klim begonnen. OK het is de makkelijkste zijde maar achteraf bekeken in onze situatie de mooiste. Stoppen voor de waterval te kieken,

in de tunnels even de wenkbrauwen fronsen en denken dat er hopelijk geen tegenligger komt. Net voor de samenkomst met de Umbrailpas even een foto omhoog nemen. De laatste 200 meter komen we in de mist terecht en boven op de top zelfs lichte regen. Gaf de thermometer op de moto beneden nog 22 graden aan moeten we het nu stellen met 6 graden.



Een extra fleece wordt uit de koffer gehaald terwijl we een koffie en een koek gaan verorberen in het restaurant. Via de moeilijke zijde zien we iedereen boven komen druipend van het nat met het regenpak aan. Na verbroedering met Nederlanders gehuld in een t shirt van een motorzaak uit Sint Niklaas en de aankoop van een sticker als bewijs van “I did it” maken we ons klaar om af te dalen richting Stilfersjoch.

Mist en regen beletten ons om de obligatoire foto van de muur te nemen. Merde maar ik troost me met de gedachte dat ik binnen 3 weken terug keer om hem langs deze zijde te beklimmen en via de Umbrail terugkeer om opnieuw af te dalen. Soit, beneden staat nog een pareltje uit 1952 in panne. Een jaguar die meedoet aan de Italian lakes tour,



tja ik heb ze al eens gezien aan de Lago Maggiore. We aanschouwen even deze pacht en rijden verder naar de Reischenpass. Wow, ik kruis 3 rode Ferrari’s op rij. Wat een sound, daar kan mijn Remus niet tegen op. Keep on dreaming denk ik bij mezelf.
Aan de Reischensee, de verplichte stop aan de kerktoren die uit het water steekt.

Het is hier zonnig en warm, een groot contrast met een half uurtje geleden. Ok, ik heb het gezien denk ik en na een terrasje tanken we net over de grens in Oostenrijk. Een vignet is blijkbaar niet nodig als je geen snelweg neemt. Tja, we rijden 30km verder toch Zwitserland binnen. Na het passeren van de douane maak ik me de bedenking van een topic op het forum, flitspalen in de Zumo. We rijden nu de derde keer Zwitserland binnen, deze maal voor enkele honderden kilometers en die mannen kijken nog niet op. Idem voor de uitlaat. OK, de DB killer zit er nog in en ik heb het EU attest op zak maar ze kijken niet eens op.
Het rijden door Zwitserland gaat vlot, de bergen met hun groene weiden en blokhutten doen me jodelen van blijdschap. Het is droog met ideale moto temperaturen. Daar ging snel verandering inkomen. We bestijgen de Fluellapas, ik slaag erin om 2 vrachtwagens en een bus voorbij te gaan ondanks de werkzaamheden die om de kilometer opduiken. Boven op de top merk ik links en rechts een half bevroren meer op. Mooi denk ik en maak wat foto’s.


De vrachtwagens houden boven halt aan het restaurant De bus die ondertussen samen met mijn gezellen ook boven is gekomen stopt ook even om de toeristen die er in zitten wat info te geven. Na wat gefotografeer dalen we af. Ik kan de bus vlot voorbij, Carlo ontsnapt net aan een aanrijding met de bus omdat de chauffeur plots een marmot langs de kant zag en volop in de remmen ging om de toeristen dit te laten zien. Tijdens de afdaling gingen de hemelsluizen open, ik zet me beneden even opzij in een bushokje tot Carlo en Rolf er zijn, ze maken geen aanstalte om hun regenkledij aan te trekken dus ik rij verder. Wat verder komt het water met bakken naar beneden. Het wordt gevaarlijk om te rijden maar besluit toch nog even door te gaan. Gelukkig klaart het kilometers verder opnieuw op. De weg vervolgt en ik zie plots een muur met een poort. Het lijkt een militair kamp, ik luister naar de GPS en rijd er binnen. Mijn kompanen blijven achter. Carlo was gestopt voor foto’s te nemen. Ik besefte niet dat ik Lichtenstein was in gereden. Tja, ik heb geen coupons meer die verzilverd dienen te worden dus maar snel verder.
Op zoek naar een slaapplaats. We komen aan in Wildhauss, reden de laatste kilometers weer in de mist, zien er tot onze blijdschap een hotel checken in en maken ons klaar om iets te eten. De mist is ondertussen opgetrokken en tot onze verbazing hadden we keuze uit 4 hotels. Bwah, het is het simpelste maar onze motoren staan tenminste in een gesloten garage.
Donderdag 16/6


Carlo is humeurig, het gebrek aan nachtrust begint te wegen. Zelf heb ik er geen last van omdat ik besloten had om alleen te slapen. Rolf zijn houtvoorraad is al ferm aangevuld blijkbaar. Terug een ontbijt, de naam waardig. Het is donderdag en toch begint het heimwee naar het gezin al te knagen. Maar eerst nog genieten van 2 daagjes motorplezier. Zwitserland is mooi maar het land zal me altijd bijblijven als het land waar ze op elke pas werkzaamheden uitvoeren. Met een beetje pech krijgen we ook nog een foto van de overheid gratis. Op naar de Rheinfall. Mooi, spectaculair, toch voor 1 keer.

Het Zwarte Woud, ik herinner mij het nog als vlot te berijden en niks is minder waar. Het gas gaat erop, de zwiepers gaan vlot van links naar rechts. Het word middag en ik krijg een beetje honger. Ik had tegen Rolf al gezegd dat wat er ook gebeurd ik in het Zwarte Woud een Swarzwald Kirshe tarte wou hebben.
Zo gezegd zo gedaan, een hemel voor een zoetebek als ik.
De panorama strasse, godverdomme de duivel is er mee gemoeid. Gedurende heel de reis krijgen we mist op de top van elke berg, nu niet minder. Dan maar verder in de Duitse speeltuin. Een Duits op een R1150R merkt me op in zijn spiegel en geeft gas bij, hmmm uitdagingen hou ik wel van. De ESA staat al een tijdje op sport, de kraan gaat open: and the winner is….R1200GS:
Het is hier blijkbaar ook Rolf zijn terrein want ik heb een paar keer opgemerkt dat hij de achtervolging had ingezet. Ik moet toegeven dat Carlo ook meer vertrouwen in het motorrijden krijgt zolang het asfalt droog ligt.
De kilometers schuiven vlot voorbij en spoedig staan we aan de Rijn op de grens met Frankrijk.

De veerdienst is gratis, de dorpjes langs Franse zijde verrassen me enorm en na een drankpauze en de verbroedering van de hond des huizes met Carlo rijden we de Elzas binnen. Een auto voor me remt plots bruusk af om een andere auto voorrang te verlenen. Ik kan een aanrijding net vermijden, claxoneer en schiet de auto voorbij, nee schuddend. De chauffeur blijkbaar geërgerd gaat op het gas en begint aan mijn wiel te kleven. Ik merk dit op en ga nog voor een andere auto rijden. Na de rotonde kleeft hij terug aan mijn wiel. Rolf heeft de nummerplaat gememoriseerd in geval van.
Nadat onze wegen dan toch scheiden is het verder genieten van de heuvels in de Elzas. Om 18uur rijden we Wangenbourg binnen en het is tijd om een slaapplaats te zoeken. Carlo bleef bij de motoren en Rolf en ik trokken het hotel binnen. Wat we daar zagen tartte alle verbeelding. Een reis terug in de tijd. 47€ voor een 1 persoonskamer ontbijt incl. Man man. Ik heb foto’s genomen voor het thuisfront. De plaats straalde iets engs, iets occults uit temeer er een bultenaar binnen liep en er plots een kat op mijn kamer verscheen.





In het lokale restaurant genoten van een huisgemaakte gordon bleu en nog een bezoek gebracht aan het kasteel van Wangenbourg.

Om 22u was Carlo doodop, Rolf en ik hebben nog iets gedronken in de plaatselijke bar.
Vrijdag 17/6
Ik word wakker en denk…ik leef nog.
Wanneer Rolf en Carlo beneden komen staat mijn moto al vertrekkens klaar. Nu wil ik toch naar de kinderen en naar het vrouwtje.
De ELzas verlaten bij regen met het idee van ik kom terug met de vrouw erbij. Me even een bedenking gemaakt toen we achter 3 Franse motorleerlingen en begeleidend koekblik reden. Ze reden verdomme in een jeansbroek. Via de Lorraine streek naar Luxemburg. Eerst nog gestopt in een cafeetje waar een plaatselijke schone ons heeft gefotografeerd. De naam van de café slaat na ons avontuur niet meer op ons.

Luxemburg, Aire de Capellen voltanken, even iets eten bij 25 graden in een zalig zonnetje. 50km verder op de Adeense toppen mistig, 8 graden kouder, aan kant, warmere trui en handschoenen aangetrokken. Misschien was dit ons geluk, toen we terug 20km op de snelweg zaten stonden de auto’s stil. Een Francaise, nog leerling chaufeur was beginnen slippen, haar wagen stond dwars over de snelweg, overal glas en brokstukken. Het meisje hysterisch. Ik kreeg even een rilling toen ik me de bedenking maakte dat indien wij niet gestopt waren ze ons misschien van de weg had gemaaid. Ach het lot, je weet maar nooit.
Op de ring ter hoogte van de brug van Machelen moeten we wat file filteren. Ik verlaat samen met Rolf en Carlo in Meise de A12 om afscheid te nemen en we keren daarna huiswaarts. Ik kijk op de dagteller en zie 2900km.
Mannen bedankt van het gezelschap. Het was me heel aangenaam en voor herhaling vatbaar.
Tijd om de motor terug proper te maken, dus Relax bij deze kan ik je Carlo51 aanbevelen.



