Kastelentocht doorheen Henegouwen 03 september 2006

Op dit Forum kan u terecht met vragen en informatie uitwisselen over weekends, korte trips en reizen.
Er is een extra sub-forum bij met Reisverslagen.

Moderator: GVN

Forumregels
Indien u uw reisverslag na verloop van tijd gearchiveerd wil zien in het "Reisverslagen Forum", stuur een PB naar een moderator.!
Plaats reactie
DaddyCool
Berichten: 70
Lid geworden op: 06 nov 2004, 20:52
Woonplaats: Wijnegem
Locatie: Antwerpen
Contacteer:

Kastelentocht doorheen Henegouwen 03 september 2006

Bericht door DaddyCool »

Binnen enkele dagen is het weer zover, de kastelentocht. Deze maal doen we de provincie Henegouwen aan.

Informatie over vertrekplaats en uur vindt je in het clubjournaal 4/2006 op pagina 23 :wink:

In wat volgt informatie over enkele kastelen die we op de route tegenkomen (in alfabetische volgorde).

Inleiding
Velen weten niet dat de provincie Henegouwen meer dan 500 geïnventariseerde kastelen telt die nog altijd overeind staan of waarvan de ruïnes zichtbaar blijven.
Hoe komt het dat Henegouwen zoveel kastelen telt? Een kasteel staat eigenlijk als symbool voor het gezag dat een persoon over de bevolking en over een grondgebied uitoefent. U denkt meteen aan de heren uit de Middeleeuwen en het “Ancien régime”, maar ook de invloed van fabrieksdirecteurs en notabelen mag niet worden vergeten. Daarom zijn niet alleen de middeleeuwse versterkte burchten en woonkastelen geïnventariseerd, maar ook de huizen die in de negentiende eeuw werden gebouwd en door de lokale bevolking ‘kastelen’ werden genoemd. Via deze route willen we jullie een aantal van deze kastelen laten ontdekken. Op de route liggen niet alleen kastelen maar kijk ook eens naar de vele vierkantshoeves die Henegouwen nog rijk is.

1.1 Antoing

Afbeelding
Ene Sohier, krijgsman, zou op het einde van de 11de eeuw heer van Antoing zijn geweest. Er wordt verteld dat hij zijn toren zou hebben gevestigd nabij een uit de 7de eeuw daterende collegiale kerk op een heuvel boven de Schelde. Men weet dat de man een erkend vazal van de kerk was. Na verloop van tijd worden de heren van Antoing ridder en vervolgens baron. Uiteindelijk gaan ze het kapittel domineren en hun land uitbreiden ten nadele van de kanunniken. In 1302 wordt Hugo V, aanhanger van de Franse koning, Filips de Schone, in de Gulden Sporenslag bij Groeninge vermoord. Het geslacht van de Antoings dooft in 1353 uit met het overlijden van de enige nog resterende erfgename, Isabella van Antoing. Zij was in 1327 met Jehan de Melun de Tancarville in het huwelijk getreden.

Antoing komt zo in handen van het machtige huis van Melun. Aan deze familie is een groot deel van de resterende middeleeuwse constructies te danken. De familie van Melun blijft er wonen tot de beginjaren van de 17de eeuw. In 1634, bij het overlijden van Marie de Melun, echtgenote van Lamoral I de Ligne, wordt het kasteel van Antoing eigendom van deze familie en dat is het ook nu nog.
Bovenop een plateau dat de rechteroever van de Schelde overschouwt, ligt een complex dat bestaat uit een 13de-eeuwse walmuur, waarop een voorwerk en een barbacane uit de 15de eeuw zijn geënt. De 15de-eeuwse donjon leunt aan bij een landgoed uit de 16de eeuw dat in de 19de eeuw werd aangepast en uitgebreid.

1.2 Attre
Afbeelding
Het kasteel van Attre, een prachtig historisch landgoed, behoort tot een van de meest authentieke getuigen uit de 18de eeuw. Het landschappelijke park met zijn kunstmatige rots, de salons met originele behangsels … alles blijkt de tand des tijds zonder schrammen te hebben doorstaan.

Bij het begin van de 15de eeuw wordt de site ingenomen door een vierkant versterkt en met slotgrachten omringd landhuis met een voorhof. In de 16de eeuw bewonen Guillaume de Lalaing, Michel van Croÿ en de familie de Buignies het goed. Anno 1563 komt het in handen van de familie Franeau d’Hyon, die vanaf 1728 graven van Gommegnies worden.
Het kasteel wordt in 1640 verbouwd. Daarvan blijven alleen de nutsgebouwen over. Toch laat François-Philippe Franeau het in 1752 vernielen om plaats te maken voor het klassieke gebouw dat we nu kennen. Zijn zoon François-Ferdinand (1739-1803) voltooit de bouw van het kasteel. Als kamerheer en raadsman van keizer Jozef II ontvangt hij in Attre de zuster van de keizer, aartshertogin Marie-Christina, landvoogdes van de Nederlanden. Van 1782 tot 1788 komt ze er elk jaar in het jachtseizoen. Tijdens die zes jaar blijft ze er in totaal 12 dagen logeren.
In 1814 komt het domein door huwelijk in het vermogen van de familie du Val de Beaulieu terecht. Het kasteel moet worden verstevigd. De steengroeven die in de nabijheid worden ontgonnen, zorgen voor grondverzakkingen. De omgeving van het kasteel wordt in het tweede kwart van de 19de eeuw heraangelegd: de bouwheer bouwt een brug, laat zuilen en balustraden toevoegen en laat in het park verschillende prieeltjes optrekken. De familie de Meester de Heyndonck erft het domein in 1911 en is er nog steeds eigenaar van. In het eerste derde van de 20ste eeuw worden voorhof en binnenhof, geplaveid en door een hekken gescheiden, naar een idee van François Constant vervangen door een Franse tuin. Het kasteel wordt gecementeerd. De pleisterlaag verhult de verankeringen die tijdens de versteviging werden toegevoegd en geeft het kasteel zijn huidig uitzicht.

1.3 Beloeil
Afbeelding
Het landsheerlijke geslacht van Belœil wordt al in 1090 vermeld. In 1146 is er sprake van een kasteel. Het bevond zich op enkele kilometers afstand van het huidige kasteel, nabij het dorp Sirault. Pas in 1511 laat Antoine de Ligne een kasteel bouwen op de plaats die we nu kennen.
Belœil gaat over in handen van de familie de Condé. In 1207 wordt Nicolas de Condé er heer. Wanneer Jeanne de Condé in 1311 huwt met Fastré de Ligne, komt het goed terecht in het vermogen van de familie die er nog steeds woont.
De eerste gekende vertegenwoordiger van de familie de Ligne is ene Herbrand van Elzas, die in 1073 een handvest van de abdij van Saint-Ghislain heeft bezegeld. Zijn familie installeerde zich vanaf de 11de eeuw in het dorp van Ligne, op 8 km van Belœil.
De de Lignes worden in 1545 rijksgraven en in 1601-1602 prinsen. Ze waren al sinds 1595 prinsen van Epinoy en worden in 1608 prinsen van Amblise. Anno 1643 worden zij verheven in de hoogste rang van Groten van Spanje.
Het kasteel, gebouwd in het begin van de 16de eeuw, werd in de 17de eeuw aangepast. Het kasteel kreeg toen zijn klassieke allures en werd met bijgebouwen uitgebreid. De vier hoektorens zouden die van het oude landgoed zijn.
Het kasteel werd in 1900 in de as gelegd en volgens hetzelfde model in het daaropvolgende jaar door architect Sanson heropgebouwd. De verzamelingen en de bibliotheek konden dankzij de hulp van de dorpsbewoners uit de greep van het vuur worden gered. De bijgebouwen met de koetshuizen en de paardenstallen bleven ook gespaard. De opslagvleugel links werd verbouwd tot een woonhuis en in de vleugel met de paardenstallen bevindt zich ook een Onze-Lieve-Vrouwkapel.

1.4 Biez-Pecq
Afbeelding
Het kasteel van Le Biez komt bij het begin van de 14de eeuw door huwelijk terecht in het vermogen van de familie Quinghien. Het hele grondgebied van Pecq is in handen van de familie de Quinghien: de ene tak van de familie noemt zichzelf heer van Pecq en de andere heer van Le Biez. Ze blijven waarschijnlijk tot halfweg de 15de eeuw heer van Le Biez.

In de 17de eeuw behoort het kasteel toe aan de familie de Baudequin, heer van Alincourt. De erfgename van de Baudequin was gehuwd met Lamoral-Claude de la Haye, die zijn reputatie te danken had aan de ingrijpende verfraaiingswerken aan de woonstede en het park.
In 1810 koopt Jeanne-Catherine Ducroix, gehuwd met Philibert Paris, de laatste heer van Chercq, het kasteel. Hun zoon, Henri Paris, is de eerste burgemeester van Pecq. We schrijven 1831. Hij sterft in 1855 en laat het kasteel na aan een familielid.
In 1886 wordt het kasteel volledig gerestaureerd.

1.5 Biez-Wiers
Afbeelding
Aan het einde van een dreef omzoomd door snoeivormen ligt het voorwerk van het kasteel van Le Biez uit 1630. Het kasteel werd in de 19de eeuw tot hoeve verbouwd. Vandaag is het de uitvalsbasis voor een camping. De vijvers van het oude kasteelpark zijn een ware attractie!
De heerlijkheid van Le Biez was de belangrijkste van Wiers. Er stond een burcht die veilig in de Scheldemoerassen was opgesteld. In het begin van de 14de eeuw gaat de heerlijkheid over in handen van de familie de Werchin doordat Isabella van Antoing huwt met Gérard de Werchin. In 1478 ziet het kasteel de troepen van Lodewijk XI aankomen maar deze plunderen het kasteel. In 1545 komt het in handen van het gezaghebbende huis van de familie de Melun omdat Yolande de Werchin-Barbençon huwt met Hugues de Melun, graaf en later prins van Epinoy. Tussen 1645 en 1649 wordt het kasteel opnieuw door zowel Spaanse als Franse soldaten belegerd. Charles de Rohan, prins van Soubise, wordt in 1724 eigenaar van het landgoed. Zijn kinderen verkopen het in 1785 aan Emmanuel-Ferdinand van Croÿ, heer van Condé.
In 1829 wordt het kasteel verkocht aan Daniel-Joseph Duvivier, die het omvormt tot landbouwbedrijf.

1.6 Bourgogne
Afbeelding
De heerlijkheid van Estaimbourg wordt reeds in de 12de eeuw vermeld. Door de eeuwen heen gaat het kasteel over in handen van menig geslacht. Het is de familie de Bourgogne die het huidige kasteel laat bouwen. Toch is dit kasteel niet het eerste bouwsel op deze plek. Uit archieven leren we dat het kasteel van Estaimbourg tweemaal werd vernield. Een eerste keer in 1340, tijdens de Honderdjarige Oorlog, door de Britse troepen en de tweede keer in 1478, door de Franse troepen van Lodewijk XI.
Het kasteel heeft zijn oorspronkelijk functie moeten prijsgeven en is een gemeentehuis geworden. Er rond ligt een ontspanningspark.

1.7 Boussu
Afbeelding
Boussu heeft menig kasteel zien bouwen … en vernielen! Het weelderigste is ongetwijfeld het kasteel dat Jacques Du Broeucq in de 16de eeuw op verzoek van Jean de Hennin-Liétard laat bouwen. Vandaag resten er alleen nog het voorwerk … en de lovende getuigenissen van zijn bezoekers.
Boussu heeft ook menige grootheden te gast: keizer Karel V, de koning van Spanje Filips II, de koning van Frankrijk Hendrik II, Lodewijk XIV en Willem III van Engeland.

De burcht
Al in de 10de eeuw heeft Boussu een versterkte burcht. Ze wordt in 974 door keizer Otto belegerd en in brand gestoken. Er bestaan geen beschrijvingen van deze eerste burcht. Maar uit een plan van 1360 leren we dat er een belangrijke reconstructie werd uitgevoerd. De wallen vormen een grote vierhoek, geflankeerd door ronde torens. Een opeenvolging van versterkte toegangen leidt naar de eigenlijke burcht. Die konden niet beletten dat de burcht in 1402 opnieuw werd belegerd, nu door de heer van Chaudmont. Het kasteel gaat gedeeltelijk de vernieling in.
In 1478 wordt het kasteel opnieuw belegerd, dit keer door de troepen van de Franse koning, Lodewijk XI. Een Frans garnizoen neemt er zijn intrek. Daarop volgt een nog verwoestender tegenoffensief. De graaf van Romont en Filips van Ravenstein, die aan het hoofd staan van een leger van 4000 Duitse huurlingen, proberen het kasteel van Boussu met kanongeweld te veroveren. Pierre de Hennin-Liétard, heer van Boussu, moet losgeld betalen wil hij zijn kasteel terug. Boussu was in 1225 overgegaan in handen van het geslacht de Hennin-Liétard toen Mahaut de Fontaine met Boudewijn II huwde.
Het renaissancekasteel
In 1539 vraagt Jean de Hennin-Liétard, heer van Boussu, eerste en opperstalmeester van Karel V, aan Jacques Du Broeucq om hem een nieuw kasteel te bouwen. Niet zomaar een kasteel, maar het allermooiste van de landsheerlijke domeinen. Jacques Du Broeucq laat in Boussu een meesterwerk van renaissancearchitectuur realiseren. Het wordt in vele beschrijvingen uit de 16de en de 17de eeuw met lof overladen. Adrien de Montigny maakt er verschillende voorstellingen van, waaronder een in 1598 en vier andere in 1607.
Het kasteel wordt zwaar gehavend bij de doortocht van de troepen van de Franse koning, Hendrik II, in 1554. De werken zullen kort daarna hervat worden onder de leiding van Du Broeucq.

In de tweede helft van de 17de en de eerste helft van de 18de eeuw wordt het kasteel van Boussu meermaals belegerd en bezet door Franse garnizoensoldaten. Het kasteel is ondertussen een ruïne geworden en wordt aan zijn lot overgelaten.
Het 19de-eeuwse kasteel
In 1804 erft graaf Maurice Riquet de Caraman het kasteel en laat hij er vanaf 1810 werken uitvoeren. Het oude kasteel wordt met de grond gelijk gemaakt, maar het goed bewaarde voorwerk in renaissancestijl krijgt een plaats in de nieuwbouw.
Bij het overlijden van de graaf, we schrijven 1836, wordt het kasteel gekocht door de familie de Nédonchel die er heel wat werken laat uitvoeren, zoals de aanbouw van een neogotische kapel in 1875. In de prille jaren van de 20ste eeuw erven de graven de Chabanne het kasteel en gebruiken ze het als zomerverblijf.

Op 2 september 1944 ontploft een Duitse munitieopslag en wordt het kasteel definitief tot een ruïne herleid. Het domein wordt op 20 juni 1988 geklasseerd en in 1990 verkocht aan de gemeente Boussu die het beheer ervan toevertrouwt aan de vzw «Gy Seray Boussu». Met de steun van het Ministerie van het Waalse Gewest realiseert de vzw er opzoekingswerken om de site te valoriseren.

1.8 César
Afbeelding
Bovenop een rotspartij waakt kasteel César over de Schelde. Het tot een ruïne herleide bouwwerk dateert ongetwijfeld uit de 13de eeuw.

De geschiedenis van dit kasteel is in een waas van onzekerheden gehuld. Bepaalde auteurs beweren dat de lokale bewoners, die het kasteel altijd onbewoond hebben gekend, de naam ervan toeschrijven aan de geschiedenis en misschien wel aan de Romeinse keizer Julius Caesar ... Andere auteurs beweren dat de naam van het kasteel afkomstig is van de laatste eigenaar.
Er is nog een andere hypothese rond de oorsprong van het kasteel, ook al bestaan hier geen bewijzen voor. De bouw van de burcht wordt hierbij toegeschreven aan ene Guéric-le-Sor. Als heer van Leuze zou hij erop belust zijn geweest Doornik te veroveren. Hij verwoestte de streek te vuur en te zwaard en zou Geraardsbergen, Lessen, Aalst, Chièvres, Vloesberg alsook Escanaffles hebben veroverd en er een vesting hebben opgericht. Misschien heeft hij wel de burcht van Vaulx vernield om de binnenvaart tussen Doornik en Frankrijk te belemmeren!

1.9 Chièvres
Afbeelding
Chièvres werd reeds in de Romeinse tijd bezet en groeide onder de Karolingers uit tot een belangrijk centrum. Uit de eerste gekende vermeldingen daterend van 829-830, blijkt dat er onder Karel de Kale (823-877) een belangrijk muntatelier was gevestigd in Chièvres.

In de 11de eeuw wordt er verwezen naar de aanwezigheid van een graaf in Chièvres. Hij zou behoren tot een krachtig geslacht, misschien een jongere tak van de familie d’Avesnes. Tijdens hun heerschappij wordt een kasteelensemble opgetrokken op de plaats waar nu de Tour de Gavre staat. Chièvres wordt vóór 1186 omgeven door muren omdat dit belangrijk administratief en militair centrum moet worden verdedigd. Wanneer de streek in 1047 bij het graafschap Henegouwen wordt ingelijfd en Ath door graaf Boudewijn IV wordt opgericht, verliest de lokale adel haar invloed en wordt het regionale zwaartepunt verplaatst van Chièvres naar Ath.

Wanneer het geslacht van Chièvres op het einde van de 12de eeuw uitsterft, gaat het goed achtereenvolgens over in handen van de heren van Rumigny, Gavre, de Croÿ (15de eeuw), van Egmont (1683) en Pignatelli (einde van de 18de eeuw). Zij behoren tot invloedrijke geslachten, beschikken over grote domeinen en dragen grote openbare verantwoordelijkheden. Daarom verblijven zij zelden in Chièvres.

Rond 1560 laat Charles de Croÿ op de Grand Place een traditioneel landsheerlijk herenhuis optrekken. Het wordt vooral bewoond door de baljuws die in opdracht van hun heer politieke, administratieve en gerechtelijke ambten waarnemen.
Hoewel ze er geen intrek neemt, laat de familie van Egmont dit herenhuis rond 1700 met een traditionele vleugel vergroten.
In de 19de eeuw laat een van de eigenaars de dakvensters verdwijnen en het opzetstuk van het risaliet door een zinken platform vervangen.

1.10 Formanoir in Templeuve
Afbeelding
Templeuve, een grensdorpje in de buurt van Doornik, zou rondom zijn kasteel tot ontwikkeling zijn gekomen.
De heerlijkheid van Templeuve wordt al op het einde van de 13de eeuw vermeld. In 1278 krijgt Guillaume de Mortagne de heerlijkheid van Rumez, nu een gehucht van de gemeente. Guillaume is ook heer van Dossemez, naast Templeuve. Men leidt daaruit af dat hij ook de heerlijkheid van Templeuve moet hebben gekregen. Het staat wel vast dat zijn zoon Guillaume II het in het begin van de 14de eeuw als bruidsschat aan zijn vrouw schenkt.
Dossemez en Templeuve blijven tot het einde van de 14de eeuw eigendom van de familie Mortagne. In 1414 valt alleen Templeuve in handen van de familie du Quesnoy. Daarna komen de Blondels en nog later de Lannoys. Wellicht heeft de familie Quesnoy of Blondel er een kasteel laten bouwen maar sporen daarvan zijn er niet.
Tussen 1485 en 1571 laat de familie Lannoy het huidige kasteel bouwen. De ankers op het woonhuis verwijzen evenwel naar 1606.
De familie Le Cambe, erfgenamen van de Lannoys, zijn in het begin van de 17de eeuw eigenaar van het domein. Dit wordt bevestigd door het jaartal 1606 dat samen met hun wapen op een schoorsteen staat vermeld. Op dat ogenblik ligt het kasteel te midden van slotgrachten en verleent alleen een brug ten westen toegang tot het domein.
In 1728 erft Louis-François Demaisières het domein. Hij laat werken uitvoeren om het kasteel aan de nieuwe architecturale smaken aan te passen en geeft het een Doornikse allure.
Anno 1808 komen de Formanoir de la Cazerie op het kasteel aan. Hun afstammeling, baron Verhaegen, verkoopt het goed aan de gemeente in 1948, die in 1954 met de restauratiewerken begint.

1.11 Graty
Afbeelding
Graty wordt voor het eerst vermeld in 1274 en behoort tijdens de Middeleeuwen tot de vele heerlijkheden op het grondgebied van Hoves. Deze heerlijkheid is in handen van de familie Rianwelz (eind 13de eeuw), daarna behoort het toe aan de families du Monchiel en de le Haye (14de eeuw). Vanaf halfweg de 15de eeuw zorgt een welvarende landbouw en vlaslinnenambacht ervoor dat Graty volop bloeit.
Het terrein waarop het kasteel van Graty werd gebouwd, behoorde aan verscheidene families toe: de Andelot van 1550 tot 1750 en Marbais tot ongeveer 1900. Zij laten rond 1767 het huidige hoofdgebouw van het kasteel optrekken en breiden het domein in de 19de eeuw uit met twee torens. Daarna komt het kasteel in handen van een kloosterorde en later, in 1937, komt het in handen van de familie de Bournonville.

1.12 Herchies
Afbeelding
Het kasteel van Egmont in Herchies, op het einde van de 19de eeuw bijna verdwenen, dankt zijn voortbestaan aan de restauratie door kanunnik Edmond Puissant. De burcht verleent nu onderdak aan een kloostergemeenschap, maar kan terugkijken op een lang verleden en op de aanwezigheid van illustere families, zoals Nicolas Rolin, kanselier van de hertog van Bourgondië en mecenas van de Hospices de Beaune.

De site van de burcht wordt al heel lang bewoond. Opgravingen hebben voorwerpen uit het Neolithicum aan het licht gebracht. De echte geschiedenis van de burcht begint evenwel in de 11de eeuw. Wauthier, heer van Lens, laat er een eerste vesting bouwen die zijn nazaten tot in 1325 verfraaien.
Elk monumentaal spoor uit deze tijd is verdwenen, met uitzondering van het vierhoekige omwalde plan van de huidige kasteelsite.
De heerlijkheid van Herchies gaat achtereenvolgens over in de handen van de families van Ressegem en de Gavre, waarna ze eigendom wordt van Nicolas Rolin. Hij laat de nu nog zichtbare donjon bouwen, waarvan de grondvesten door kanunnik Puissant werden blootgelegd. Dit versterkte geheel, waarvan in 1461 melding wordt gemaakt, is een prachtig voorbeeld van de Bourgondische militaire bouwkunst. Het is opgetrokken in baksteen en aangepast aan de noden van de artillerie; hiervan getuigen de drie kanonneergaten op de benedenverdieping van de donjon.
In 1477, op het einde van het bewind van Karel de Stoute, is het kasteel echter niet af.
De heerlijkheid van Herchies wordt eigendom van de familie de Berlaymont. Charles de Berlaymont en zijn echtgenote, Adrienne de Ligne, restaureren de burcht tussen 1568 en 1572. In de poorttoren vindt men trouwens een steen waarin hun wapens zijn gebeeldhouwd. Zij laten tussen 1560 en 1600 ook een nieuw kasteel bouwen, 200 m benoorden de burcht. Het uitgestrekte paleis verwijst naar italianiserende invloeden. Bij de belegering van Saint-Ghislain in 1655 steken de Franse troepen van Turennes het kasteel in brand.

De burcht wordt daarna eigendom van de families van Egmont en van Egmont-Pignatelli. Deze familie zal het domein, dat tijdens de Franse Revolutie als nationaal bezit wordt verkocht, opnieuw inkopen.

Op het einde van de 19de eeuw is het kasteel grotendeels tot een ruïne herleid. Van het ensemble blijven alleen de 15de-eeuwse donjon en het woonhuis van de provoost, dat dienst doet als hoevewoonhuis, overeind. Kanunnik Puissant koopt het domein en laat er opgravingen en restauraties uitvoeren. Hij laat nieuwe gebouwen optrekken op de ondertussen blootgelegde oude onderbouw. De volgende eigenaar, Meester Mat, zet het werk van de kanunnik verder. Hij laat ook een nieuw kasteel bouwen op de ruïnes van het paleis dat Charles de Berlaymont had laten bouwen.

1.13 Louvignies
Afbeelding
Het kasteel van Louvignies zou zijn oorsprong te danken hebben aan een in de 8ste eeuw gebouwde toren, de tour des Sarrasins. Die toren zou het verkeer op de heerbaan van Brunehaut in de gaten hebben gehouden. Uit de overlevering leren we dat hij zeven verdiepingen telde maar in wezen zouden het er maar vier zijn geweest, plus een later toegevoegde duiventil. Op een niet nader te bepalen tijdstip moet er op die donjon een kasteel zijn geënt. Jean, heer van Haynin en van Louvignies, vertelt in zijn kronieken (1466-1477) over het ‘ostel de Louvignies’. Een telling uit 1473 geeft aan dat Louvignies een toren heeft, een hoenderhof, een cijnshuis en renten en dat het de zetel van een heerlijkheid met een hoge, middelbare en lage justitie is. Een document uit 1589 beschrijft het leen van Louvignies als volgt: het telt een kasteel met een toren omwald door grachten, een hoeve met een hoenderhof, een duiventoren, een vijver, landerijen, akkerlanden, … In 1878 wordt het kasteel heropgebouwd en uitgebreid -het volume wordt verdrievoudigd- onder impuls van graaf Léon de Villegas de Saint-Pierre en zijn echtgenote Ferdinande de Maillen. De plannen worden toevertrouwd aan Désiré Limbourg, een architect uit Ath. Het eclectische kasteel is bepaald representatief voor de 19de-eeuwse architectuur.

Sinds het begin van de 15de eeuw is het leen eigendom van de familie de Winaige of Vinage, le Hérut of du Park, de Vertaing en de Hun. Daarna gaat het over in handen van de familie de Somaing (1576). In 1595 huwt Marie de Somaing met Jean de Dion. Hun zoon moet het domein verplicht verkopen. Het wordt in 1648 overgenomen door de familie van der Burch. Anno 1716 wordt het opnieuw verkocht en wel aan Rodrigue Martinez, graaf van Peralta, gouverneur van Charleroi tussen 1706 en 1730. Hij is de voorvader van de eigenaars die hem tot 1971 zullen opvolgen. Een van die opvolgers huwt in 1798 met graaf Balthasar-Joseph de Villegas de Saint-Pierre. Bij het overlijden van de laatste afstammeling van dit geslacht, met name gravin Albertine, erft ridder Jean-Marie de Moreau, kleinzoon van de volle neef van de gravin, Isabelle de Béthune Hesdigneul, het goed in 1971.

1.14 Morval
Afbeelding
Het kasteel van Morval is een prachtig klassiek gebouw met harmonieuze verhoudingen dat middenin een park met eeuwenoude bomen ligt. Een 18de-eeuwse oranjerie rondt het geheel af.
De heerlijkheid van Papignies behoort tot de vele lenen die afhangen van het pairschap van Silly en wordt al in 1196 vermeld. Ze omhelst Fouleng en Gondregnies. Gérard de Le Loge, Maigne Clauwette (1473), Jean Ansseau (1502), de familie de la Motte (1560) en ten slotte de familie Vinchant, heren van Morval, volgen er elkaar op. Zij blijven eigenaar van de heerlijkheid tot in 1768.
Van het oude kasteel blijft er niets meer over. Het huidige gebouw dateert uit de 18de eeuw en werd de daaropvolgende eeuw verbouwd.

1.15 Moustier
Afbeelding
Tot halfweg de 19de eeuw is het domein van het kasteel van Moustier niet veel meer dan een lapje grond met een huisje en een schuur. In 1880 wordt het aan Léon Abrassart du Belloy verkocht, die in 1901 het huidige kasteel laat bouwen. De schuur wordt een wintertuin en het huisje wordt de conciërgewoning. Het kasteel gaat dan over in handen van de Bergense familie Hambye, die het in 1973 aan de gemeente Jurbise verkoopt. Sinds 1977 biedt het kasteel onderdak aan het gemeentehuis van Jurbise.

1.16 Pecq
Afbeelding
In de 12de en 13de eeuw is de heerlijkheid ongetwijfeld in handen van de familie de Pecq. Marie de Pecq, de enige erfgename, huwt op 12 februari 1335 met Oste de Quinghien, schildknaap en zoon van Jean de Quinghien, heer van Le Biez. Hun zoon Hugues volgt hen op. Hij is lid van de Orde van de Tempeliers van Sint-Jan van Jeruzalem en overlijdt in 1417.
De heerlijkheid van Pecq blijft tot ongeveer 1539 eigendom van deze familie. Pierre de Quinghien sterft kinderloos. Pecq komt nu toe aan zijn nicht Eleonora van Wulfsberghe. Zij was in 1509 gehuwd met Gérard de Langlée.
Jean de Langlée wordt heer van Pecq. Hij sterft in 1570. Onder zijn zoon Jacques wordt de heerlijkheid op 30 juli 1612 tot baronie verheven.
Een van zijn dochters, Alexandrine, erft Pecq. Zij huwde in 1607 met Charles de Lalaing.
Op het einde van de 17de eeuw komt de heerlijkheid via huwelijk toe aan Charles-Florent Wild et Rhingrave, graaf van Salm. Frédéric III Wild et Rhingrave, prins van Salm-Kyrbourg, is de eerste feodale heer van Pecq. Hij wordt in 1794 te Parijs onthoofd. Zijn goederen worden niet verbeurd verklaard en zijn nog minderjarige zoon erft ze. Hij stelt de baronie van Pecq in 1804 te koop. Théodore-François Sironval is in 1808 de eerste koper. Hij verkoopt het kasteel dat in de loop van de 19de en 20ste eeuw menig eigenaar zal kennen.

In de 17de eeuw was het kasteel van Pecq een uitgestrekt omwald complex. Een ets van Sanderus vertelt ons hoe het zich aandiende: een kasteel met een vierhoekig grondplan, kruisvensters, trapgevels en via een ophaalbrug verbonden met langwerpige bijgebouwen in U-vorm.
Vandaag resten van dit belangrijke kasteel alleen nog twee vleugels van de bijgebouwen.

1.17 Rampemont
Afbeelding
Buiten het dorp Fayt-le-Franc, in de wijde natuur, ligt de kasteelhoeve van Rampemont. Dit uitgestrekte landgoed met vierhoekig grondplan bewaart nog vele verwijzingen naar het oude versterkte landhuis, zetel van de heerlijkheid van Rampemont.
De heerlijkheid van Rampemont staat los van die van Fayt-le-Franc. Ze ligt gedeeltelijk op het grondgebied van de dorpen Fayt-le-Franc, Montignies-sur-Roc en Onnezies en is een leengoed dat afhangt van de Commanderie van Piéton die toebehoorde aan Orde van Sint-Jan van Malta.

Rampemont behoort eerst toe aan een gelijknamige familie. Daarna is de familie Sars er heer en meester. Zij koopt de heerlijkheid in 1399. De familie Roisin erft het goed en verkoopt het in 1483 aan de familie Ghoret, waarna het door huwelijk in handen komt van het geslacht de Fyves. Het wordt opgevolgd door de families du Mont en del Nero. In 1780 wordt het domein verkocht aan de familie Waziers-Wavrin. Zij maken het over aan de familie de Behault de Warelles, die het op haar beurt verkoopt aan de familie Wauters, die het goed in 1984 verkoopt. Het wordt verkaveld en door de huidige eigenaars gekocht.

Veel van de heren die elkaar in Rampemont opvolgen, hebben de smaak voor politiek gemeen. Door de eeuwen laten ze hun invloed gelden in Bergen en Henegouwen. Zij spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van het graafschap.

1.18 Roeulx
Afbeelding
Het kasteel van Le Rœulx, sinds de 14de eeuw eigendom van één van de meest roemrijke geslachten van onze contreien, de familie de Croÿ, krijgt heel wat illustere gasten op bezoek: Filips de Goede, Karel de Stoute, Karel V en Filips II, de aartshertogen Albrecht en Isabella, Margareta van Parma, Maria de Medicis, koningin Kristina van Zweden, de hertog van Wellington …
In de 12de eeuw is Eustache, een van de twaalf pairs van Henegouwen, heer van Le Rœulx. Hij sticht de nieuwe stad Le Rœulx, zorgt voor de verdediging ervan en bouwt ongetwijfeld een donjon. In 1242 laat Eustache V de stad ommuren. Het geslacht dooft in 1336 uit met Eustache VI. Bijna een eeuw lang komt het domein toe aan de graven van Henegouwen. In 1429 of 1433 staat gravin Jacqueline van Beieren, onder druk van Filips de Goede, de gronden, de stad, het gerecht en het pairschap van Le Rœulx af aan Antoon van Croÿ, kamerheer van laatstgenoemde. Het kasteel is nog steeds eigendom van dit geslacht.

Adriaan van Croÿ, opperjager van Brabant en kamerheer van de keizer, wordt in 1530 graaf van Le Rœulx en laat het kasteel aan zijn nieuwe stand aanpassen. Het gebouw krijgt een L-vormig grondplan met een keervleugel. Het gebouw is nu helemaal gewelfd, van onder tot boven, en wordt met meer zorg gemetseld. Kort daarna, in 1554, laten de troepen van Hendrik II het kasteel opnieuw in de vlammen opgaan als weerwraak op de vernieling van Thérouanne en Folembray door de soldaten van Karel V onder het bevel van Adriaan van Croÿ. Het kasteel heeft ondertussen stenen gewelven en kan de vernielende vlammen beter trotseren.
Halfweg de 18de eeuw wordt het gebouw voor een laatste keer grondig verbouwd onder impuls van prins Ferdinand Gaston, hertog van Croÿ. Een nieuwe gevel moet het oude hoofdgebouw aan de twee nieuwe vleugels aanpassen. In 1764 zijn de werken voltooid en krijgt het kasteel zijn huidige uitzicht.

1.19 Roisin
Afbeelding
Onder het Oude Regime was Roisin één van de tweeëntwintig baronieën van het graafschap Henegouwen. Reeds in de Xde eeuw vond men melding van de heren van Roisin, welke naar hun domein genoemd werden. Zij bleven elkaar in rechtstreekse lijn opvolgen tot in de XVIIde eeuw. Sommigen onder hen hebben hoge ambten bekleed, of een aanzienlijke rol gespeeld in de Henegouwse geschiedenis. In 1607 overleed Baudri XV zonder nageslacht. De heerlijkheid kwam toen, via zijn tante Jacqueline en haar dochter bij de familie de la Tramerie terecht. Begin van de XVIIIde eeuw ging het domein naar de graven de Sainte-Aldegonde-Noircarmes. In 1792 werd het naar aanleiding van het huwelijk tussen Aglaé-Charlotte de Sainte-Aldegonde-Noircarmes en Markies Marie-Joseph de Louvencourt eigendom van de familie de Louvencourt. Kort na het huwelijk moesten laatstgenoemden naar Holland vluchten wegens de Franse Terreur. Het echtpaar keerde later naar Roisin terug, waar de markies een marmerfabriek tot stand bracht. Hun schoondochter, Zoé Renet, liet het domein aan Albert de la Motte Baraffe de Bourquembray na, welke het in 1907 aan de familie Bivort de la Saudée verkocht. In 1962 stond het domein opnieuw te koop. Pas in 1965 werd het door de Heer Maire aangeschaft. Er werden tenminste twee kastelen te Roisin opgericht. Het eerste was de burcht van de familie de Roisin. Die stond ongeveer op de plek waar nu het meer ligt en was met water omringd. Het tweede ontstond uit een initiatief van graaf Philippe de Sainte-Aldegonde-Noircarmes en lag op de plaats van het huidige parkeerterrein van het restaurant. Dit kasteel, in Lodewijk XIV stijl, is in 1785 en in 1850 gedeeltelijk door brand vernield. Tegen 1890 werd het in neoklassieke stijl herbouwd. Toen de familie Bivort de la Saudée het gebouw in 1907 aanschafte, belastte ze architect Saintenoy met de verbouwing ervan (bow-windows, nieuwe openingen, cementbestrijking van gevels, ...) In 1965 begon men met het inrichten van een kwekerij binnen het kasteel zelf. Het gebouw werd uiteindelijk gesloopt in de jaren 1990. Daar vindt men nu een parkeerterrein en standplaatsen voor caravans. Thans blijven alleen nog het voorwerk uit de XVIde eeuw en de bijgebouwen over. Het gaat eigenlijk om de gebouwen van de toenmalige boerderij, die uit de XVIIde en XVIIIde eeuw dateren. Het gebouwencomplex wordt tegenwoordig als restaurant gebruikt.

1.20 La Roseraie
Afbeelding
Aan de vooravond van de 20ste eeuw bruist het in Péruwelz van de economische activiteit. Geen wonder dat de welvarende industriëlen zoveel mooie woonsteden laten optrekken in de nieuwe, ruimgebouwde stadswijken.

Edmond Baugnies was één van hen. Hij behoort tot de vermogende leerlooiers van Péruwelz en wordt rijk op het einde de 19de eeuw.

In 1908 organiseert hij een concours voor de realisatie van de gevels van zijn toekomstige landgoed. Het nieuwe bouwwerk moet in een bestaand park van 3 ha worden ingepast. De richtlijnen van het concours zijn bepaald duidelijk:

“Het aspect van een ‘gepakt’ kasteel en van gebouwen met regelmatige gevels vermijden. Integendeel, werken met risalieten, uitsprongen, verborgen hoeken, klokkentorentjes, ronde torentjes, alles opgesmukt met balkons, erkers, markiezen, balustrades, zuilen, perrons, overkapt met verschillende dakpartijen om het uitzicht van de constructie een verheven uitstraling te geven; dit alles zonder excessen, om een mooi en origineel geheel te bekomen, zonder overlading en lompheid en alles zo vriendelijk en origineel mogelijk doen ogen.
Geen klassieke noch bekende stijl, wel iets NIEUW, mooi, origineel, met veel cachet.” (…) “Men kan enkele gepolijste granietzuilen gebruiken voor de inkomportiek (of overal waar een zeer mooie aankleding vereist is).» (…) «Houd er rekening mee dat de woonst goed verlicht moet zijn.»
Het resultaat is vatbaar voor discussie.
Op het einde van de Tweede Wereldoorlog sterft de laatste Baugnies kinderloos. Het gebouw wordt verkocht aan de Staat. Deze restaureert het en laat er een pensionaat zijn intrek nemen.
In 1975 wordt het domein gedoopt tot ‘Centre pédagogique de la Roseraie’ en in 1996 wordt het omgevormd tot ‘Centre de Dépaysement et de Plein Air’.

1.21 Thieusies
Afbeelding
Thieusies was het onverdeelde eigendom van twee families. In 1321 waren dat enerzijds Gerard van Edingen, heer van Havré, en anderzijds Jean de Launais.
In 1425 wordt een van de delen verkocht aan Pierre van Luxemburg, heer van Edingen. Het blijft tot in 1531 eigendom van de heren van Edingen, wanneer Maria van Luxemburg het verkoopt aan Jean Carpentier. Hij was rekenauditeur en secretaris van Filips II van Croÿ. De dochter van Jean Carpentier erft de heerlijkheid drie jaar later. Haar neef, Jean de Brissy, is de volgende eigenaar. Het goed komt in 1581 in handen van de familie Levesque, wanneer Marie de Brissy huwt met Nicolas Levesque. In 1720 dooft het geslacht van de Levesque met Eustache uit. Hij had zijn grond in 1715 al afgestaan aan François Marin. De familie Marin wordt in 1726 door Karel VI in de adelstand verheven.
Het feodale kasteel van Thieusies is reeds in de 15de eeuw verdwenen. In 1627 koopt Antoine Levesque een hoeve die zijn heerlijke residentie wordt. ‘Het huis, de schuur, de stal, de tuin en het weiland met fruitbomen’ van Eustache Levesque werd afgestaan in 1715 aan François Marin, die het domein laat uitbreiden. Een plan, bewaard gebleven in de Staatsarchieven van Bergen, toont een vierkante toren tegen een nieuw hoofdgebouw. Daartegen leunen de oude hoevegebouwen. Het geheel is omgeven door een hoge omheiningsmuur die ook de tuinen en boomgaarden omsluit.
Het andere deel van de heerlijkheid behoort tot medio de 15de eeuw toe aan de familie de Launais. Het goed wordt dan verbeurdverklaard ten behoeve van de hertog van Bourgondië. In 1638 wordt het goed openbaar verkocht. Antoine Levesque, reeds eigenaar van de andere ‘halve heerlijkheid’, koopt het goed. In 1703 verkoopt Philippe Levesque het aan Jean-François Dornon, heer van Grand-Reng. Zijn kleinzoon, Nicolas-Alexis, staat het in 1762 af aan François Marin die op die manier alle heerlijke rechten int en uitoefent.

1.22 Thoricourt
Afbeelding
Een binnenhof met bijgebouwen errond vormt het voorplan voor het harmonieuze kasteel van Thoricourt. Dit authentieke 18de-eeuwse gebouw dient soms als locatie voor culturele happenings, zoals klassieke concerten in het raam van de Printemps musical de Silly en theateropvoeringen (Théâtre au Vert).
We weten dat de hoofdheerlijkheid in de 15de eeuw in handen is van de familie Brunquet. Door huwelijk komt ze terecht in het vermogen van de familie du Fossey, later van de familie de la Marlière. In 1768 laat Charles-François de la Marlière het kasteel bouwen op de plaats van of in de nabijheid van een oud landhuis waarover geen gegevens bekend zijn. In 1774 huwt zijn dochter Isabelle Françoise de la Marlière, de enige erfgename, met Zacharie-Vincent, burggraaf Obert de Quévy, waardoor het goed in het vermogen van de familie Obert terechtkomt. Hun zoon huwt later met Joséphine Marin de Thieusies.
Het kasteel is nog steeds eigendom van de familie Obert de Thieusies.

Algemene info
Deze route is samengesteld aan de hand van de informatie gevonden op de site http://www.chateauxduhainaut.be

De GPS route kan op voorhand aangevraagd worden door clubleden. Stuur een e-mail naar vancamp.marc@skynet.be met de vermelding van je volledige naam en lidnummer. (Geen postings met je lidnummer hier op het forum aub).

De papieren roadbooks zijn enkel ter plaatse te verkrijgen. Zij worden niet opgestuurd.

Met vriendelijke groeten

Marc Van Camp
R 1200 GSA '11 Rider
BMW Motor Club Vlaanderen
Lid en Informatica coördinator
Relax
Berichten: 5734
Lid geworden op: 30 sep 2004, 16:31
Woonplaats: Sint-Martens-Lierde begot.
Locatie: O-Vl, in Sint-Martens-Lierde begot.

Bericht door Relax »

Mag ik vragen waarom RB's niet worden gemaild? Ik plak dat ding liever thuis dan elders.
I respect your opinion. But I don't give shit.
DaddyCool
Berichten: 70
Lid geworden op: 06 nov 2004, 20:52
Woonplaats: Wijnegem
Locatie: Antwerpen
Contacteer:

Bericht door DaddyCool »

@relax,

Ik wil het anders stellen, het is om technische redenen dat we de GPS routes dienen op te sturen. Het is gewoon praktisch niet haalbaar om een GPS route tijdens de samenkomst op alle toestellen op te laden. Moest dit wel het geval zijn, dan zou deze ook niet opgestuurd worden.

Eén van de onderliggende doelstellingen bij het organiseren van clubactiviteiten is het samenbrengen van onze leden, zodat je andere mensen, maar met dezelfde passie, leert kennen. De samenkomst bij het begin van een toerrit is zulk een sociaal moment. Vrienden zien mekaar, soms na lang, nog eens terug. Nieuwe contacten worden gelegd of ervaringen worden uitgewisseld.

Zo willen we het nog lang houden.

Grtz
Marc
R 1200 GSA '11 Rider
BMW Motor Club Vlaanderen
Lid en Informatica coördinator
Relax
Berichten: 5734
Lid geworden op: 30 sep 2004, 16:31
Woonplaats: Sint-Martens-Lierde begot.
Locatie: O-Vl, in Sint-Martens-Lierde begot.

Bericht door Relax »

Begrijp ik volkomen, maar wat verandert er als je de RB's (net als de files) gewoon verstuurd? Als er gebeurt wat jij vreest, dat het sociale aspect bij begin van de rit wegvalt, dan zou dit nu reeds het geval moeten zijn met de GPS-rijders, wat ik durf te betwijfelen. Zij komen nog steeds binnen, iets drinken, wat kletsen.
Wat zou dan het verschil zijn met de RB-rijders? Persoonlijk vind ik het klote om een leeg tafeltje te zoeken, wat door al dat sociaal gedrag al niet makkelijk wordt, om dan nog ff een RB te plakken van gemiddeld een tiental pagina's, wat ook al lekker handig is. En als ik aan dat leeg tafeltje zit te knippen/plakken, ben ik niet echt sociaal bezig hoor.
Of is dat in mijn geval nu net de bedoeling?
I respect your opinion. But I don't give shit.
Koppel!!
Berichten: 3777
Lid geworden op: 15 apr 2005, 15:10
Locatie: Oost Vlaanderen

Bericht door Koppel!! »

YOO

Dirkske toch, gewoon een Chalmetteke kopen, en 't is in orde, dan kunt ge weer sociaal doen, alhoewel, bij nader inzien, blijf toch maar plakken :twisted: :lol:

Grtz, Philip!
Life's journey is not to arrive at the grave safely in a well preserved body, but rather to skid in sideways, totally worn out, shouting..... . "holy crap, what a ride!"

Philz picz are here!

http://www.motoadventurestore.be

Philz movies are here! and here!

Alplutser 2006, 2007, 2008, 2009 & 2010! Alpenman en Marokkocrosser ;-)
Iron Gonzo
Berichten: 9612
Lid geworden op: 28 sep 2004, 21:36

Bericht door Iron Gonzo »

Relax schreef:Begrijp ik volkomen, maar wat verandert er als je de RB's (net als de files) gewoon verstuurd?
ewel:
:arrow: het E-mail verkeer wordt drukker = fille
:arrow: uw inktpatronen (die op uw werk) gaan sneller leeg = meer werk voor de op uw werk aangestelde inktpatronen vervanger.
:arrow: het samensteken kan je nu laten doen door een deskundige = wij kunnen U niet meer uitlachen bij het geklungel
:lol:
hier is het wreed tof vertoeven voor motorrijders
TRIUMPH TROPHY SE
iedere 2de vrijdag samenkomst motorrijders in Eetcafe 't kleitenaerke te 9990 Maldegem-kleit
motaar
Berichten: 39
Lid geworden op: 10 nov 2004, 10:46
Woonplaats: Bredene
Locatie: Bredene

roadbook

Bericht door motaar »

efkes een vraagske: ik heb geen GPS, en ik had graag die route meegereden, doch kon niet aanwezig zijn. Als de RB beschikbaar is, wil iemand die dan efkes mailen? Kan ik toch die route eens rijden. Kopietje mag ook als iemand meerijdt met de BMW reis naar berlijn.
Relax
Berichten: 5734
Lid geworden op: 30 sep 2004, 16:31
Woonplaats: Sint-Martens-Lierde begot.
Locatie: O-Vl, in Sint-Martens-Lierde begot.

Bericht door Relax »

't Zelfde geldt voor mij, maar ik vrees er dan weer een beetje voor...
I respect your opinion. But I don't give shit.
DaddyCool
Berichten: 70
Lid geworden op: 06 nov 2004, 20:52
Woonplaats: Wijnegem
Locatie: Antwerpen
Contacteer:

Bericht door DaddyCool »

@Relax

Zoals ik zei, RB's worden niet doorgemaild voor de toerrit zelf.
Leden die door omstandigheden de rit niet konden rijden kunnen naderhand de RB wel in hun bus krijgen.

Ook hier geldt dezelfde werkwijze, een e-mail naar mijn persoonlijk postvak met je volledige "echte" naam en je lidnummer en dan doen we het nodige.

Laat ons eerlijk zijn, was het plakken van de RB ter plaatse een probleem, dat je niet geweest bent of heb je andere redenen, dat je zondag niet geweest bent (zonder indiscreet te willen zijn natuurlijk).

Grtz
Marc
R 1200 GSA '11 Rider
BMW Motor Club Vlaanderen
Lid en Informatica coördinator
Relax
Berichten: 5734
Lid geworden op: 30 sep 2004, 16:31
Woonplaats: Sint-Martens-Lierde begot.
Locatie: O-Vl, in Sint-Martens-Lierde begot.

Bericht door Relax »

Ik stuur je een mailtje. Hoeft ni op het forum.
I respect your opinion. But I don't give shit.
GSven
Berichten: 698
Lid geworden op: 17 apr 2005, 10:02
Locatie: B-1070

Bericht door GSven »

DaddyCool schreef:Het is gewoon praktisch niet haalbaar om een GPS route tijdens de samenkomst op alle toestellen op te laden. Moest dit wel het geval zijn, dan zou deze ook niet opgestuurd worden.
Zonder ruzie te willen stoken, maar het ter plaatse opladen van de routes zou je toch geen meter helpen. Bij thuiskomst kan je de routes toch naar je pc sturen. Wel is het zo dat wie de route echt wil, effectief naar de startplaats moet komen.
GSven Afbeelding
ex-C1, ex-Dylan, ex-Deauville 650, ex-R1150GS : +/- 50K of fun Now on 12RT
lid BMW MC VL

Dit profiel wordt niet meer gebruikt. Om me te mailen, zoek naar Sven 12RT
Plaats reactie