opgelet als je dat plat legt
Principe van de kringloop van het koelmiddel
In de verdamper a, geplaatst binnen de koelkast, wordt de ammoniakvloeistof (NH3) verdampt, die uit de condensor d komt, op dezelfde wijze als dit geschiedt in de compressiekoelkast. Deze ammoniakdamp wordt nu geleid naar het absorptievat b, gevuld met water. Volgens de eigenschap van ammoniak die wij hierboven hebben aangetoond, lost de ammoniakdamp zich onmiddellijk op in het water van het absorptievat (de ammoniak wordt geabsorbeerd in het water). Een eigenaardigheid van het toestel is dat in de kringloop ook een hulpgas, in dit geval waterstof (H2) wordt ingeschakeld. De bedoeling van dit hulpgas is in de verdamper een kleinere druk van de ammoniak te hebben dan die welke in de condensor heerst. Daar de waterstof niet opgelost in het water, wordt dus in het absorptievat de waterstof en ammoniak gescheiden. De ammoniak lost op in het water; de waterstof, die een zeer licht gas is, laat men door een afzonderlijke leiding opnieuw opstijgen naar de verdamper.
Om nu steeds geen verse ammoniak aan het toestel te moeten toevoegen, dient deze terug uit het water verdraven te worden. Deze bewerking gebeurt in het kooktoestel c. De onderste opening van het absorptievat is verbonden met een ander reservoir, dat kan opgewarmd worden. Daar het kookpunt van ammoniak lager is dan dit van water, zal bij opwarmen dus eerst de ammoniak verdampen en aldus uit het water verdreven worden. Deze ammoniakdamp stijgt dan in een leiding naar de condensor.
Deze condensor is, zoals bij de compressiekast, van koelribben voorzien. De ammoniakdamp koelt hierin af en wordt omgezet in vloeistof die men opnieuw in de verdamper laat verdampen. De kringloop is aldus gesloten en de bewerking kan zich steeds herhalen. Op de figuur bemerken wij ook nog een andere kringloop, na het verlaten van het kooktoestel. De reden hiervan is de volgende: wanneer ammoniakdamp opstijgt uit het kooktoestel, neemt deze damp steeds een kleine hoeveelheid water mede. Dit water mag niet meegevoerd worden naar de verdamper waar het zou bevriezen en de leidingen verstoppen.
In de leiding, gaande van het kooktoestel naar de condensor, is een plotselinge verbreding voorzien. De ammoniakdamp laat daar deze waterdeeltjes los, die door een hulpleiding opnieuw naar het absorptievat gevoerd worden. Uit bovenstaande beschrijving volgt dus dat wij een gesloten kringloop van het koelmiddel hebben verkregen, hoewel geen enkel mechanisme de beweging moet verzekeren. De warmtebron is hier de motor van het systeem. Zo lang het kooktoestel opgewarmd wordt zal het koelmiddel zijn kringloop voltrekken. De aard van de warmtebron is willekeurig. In de meeste absorptiekasten geschiedt de opwarming met gas. Het is begrijpelijk dat deze opwarming ook met behulp van andere middelen kan geschieden, bijvoorbeeld door een elektrische weerstand, petroleum, propaangas of dergelijke meer.
Voornaamste bestandsdelen van een absorptiekoelkast:
De verdamper: wordt meestal als een slangvormig geplooide buis uitgevoerd;
De condensor: verschilt niet van die van de compressiekoelkast;
Het absorptievat: wordt gebouwd als een lange, slangvormig geplooide buis die aan de onderzijde in een kleine vergaarbak uitmondt.