One O-Ring To Rule Them All,
One O-Ring To Find Them,
One O-Ring To Bring Them All
And In The Darkness Bind Them!
..............................J.R.R. Tolkien
http://picasaweb.google.com/schotland04 ... fTheORings
Wat begon als een grappige opmerking, is geëindigd in een prachtige reis die voor velen een jongensdroom zal blijven...
Schotland, met de motor, 8 dagen rijden, door een overweldigend landschap.
Het idee
Drie collega’s Koen, Wim en Dimitri (ofte Honda CBR, Honda VFR en BMW R1100RT) bereiden zachtjes hun rit voor naar de Schotse hooglanden.
Na veel bochten en zoeken in verschillende fora, mooie gespecialiseerde sites van onder andere Luc SA en I-SPOG (Demito) om niet de minste te noemen, hebben we geleerd om rechtstreeks met Superfastferries van Zeebrugge naar Rosyth te varen.
We prijzen ons nu gelukkig dat we één van de laatste overtochten met Superfast hebben kunnen varen.
Overnachting in een kajuit, avondmaal en ontbijt op de boot. Bootje af en bollen maar.
De boot naar Rosyth wordt geboekt, GPS routes worden getomtomd. Dank u, Dominee “Tyre”.
Adressen van BMW-motor dealers in Scotland worden ingescand en, geloof het of niet, alle B&B’s met *** en ***** worden geprint.
OK, dat laatste was er over, maar we zullen er toch ons voordeel aan hebben. Voor mij zal het een aangenaam weerzien zijn.
Ik herinner me nog een paar flarden van Schotland toen ik er was als kleine kurk van 10 jaar.
Weetabix... ter plaatse zwevende meeuwen in John O’Groats... De purperen piper op de Highlandgames… flarden dus.
Planning
We besluiten om de ‘Scottish tour’ counter-clockwise te doen.
Vertrek van uit Rosyth langs de Cairngorms naar Lossiemouth.
Afzakken naar Fort William en weer naar boven, via Drumnadrochit naar Inverness langs The Great Glenn.
Vanuit Inverness langs John O’Groats richting Strathy.
Vanaf Strathy zien we wel waar we slapen. We zullen doorrijden naar Durness linksboven.
Misschien slapen in Scourie, zoals Luc SA. Dan verder door naar the Assynt, langs Ullapool.
In een gezapig tempo langs de Torridons naar Shieldaig om Applecross langs de achterdeur binnen te vallen.
Dan via de Bealach na Bà (Pass of the Cattle) richting Skye.
Na Skye, zigzaggend langs Fort William, Glennfinan, Strontian en Glencoe tot in Cladich.
De laatste dag zal de eindspurt ingezet worden via Loch Awe, Lochgilphead naar Rosyth waar
een boot, bed en dromen vol Schotse bochten ons opwachten.
We reserveren enkel voor de eerste 2 nachten een B&B. Eén in Lossiemouth en een tweede in Inverness.
De rest ook reserveren zou niet veel zin hebben omdat je die toch misschien moet afbellen wegens pech,
of andere redenen. Ik had blijkbaar al een voorgevoel.
Nog even een setje nieuwe banden opleggen. De Schotse banen vreten je banden kaal en de banden vervangen leek me aangewezen.
Voor het groot onderhoud heeft de RT nog 2000 km te doen, dat zouden er dus 3000 worden, door de Schotse hooglanden,
wat voor dit Duitse paard geen probleem mocht zijn.
In februari heb ik met mijn RT een schuiver gemaakt waardoor het linker kleppendeksel flink beschadigd was.
Na enige twijfel heb ik toch maar besloten om het te laten vervangen.
Dag 1
De dag van vertrek zitten we op tijd in het zadel. Een korte rit naar Zeebrugge geeft al een aangenaam gevoel
om met een flink beladen motor te rijden. 13 kg per bak, 13 links, 13 rechts en 11 kg voor de topkoffer.
Wanneer we op de boot onze parkeerplaats toegewezen krijgen, blijkt dat er nog 50 motards naar de Schotse hooglanden willen.
Er zitten zelfs Italianen tussen.
De kabine is ruim, basis luxueus maar heel verzorgd, heeft 4 bedden en geeft zicht op zee (zicht op de bergen kostte meer).
Na het vertrek van deze minicruise, Inclusief ‘Nicole & Hugo’ genieten we van de sfeer aan boord
en doen de verplichte toer van alle niveau’s, om ons nieuw territorium te verkennen.
Stella, een Engels bier mét schuim volgens de Duitse barman, mag je hier in halve liters bestellen.
Martini wordt geserveerd in een smurfenportie: 10 mm hoog, in een groot longdrinkglas.
Ik ben nog blij dat er ijsblokjes in het glas zitten, anders zou ik denken dat ik een leeggedronken glas van iemand anders kreeg. Cheers !
We hebben vooraf het avondmaal gereserveerd en kunnen uitgebreid aanschuiven aan het Engelse [img]boeffee[/img].
Na nog een slaapmutsje kruipen we in onze rammelende kajuit onder de lakens.
Twee oorstoppen en het slaapmutsje laten het rammelen van de metalen wanden stilaan verdwijnen in een zwarte draaikolk.
Dag 2
Lichte, miezerige regen en het uitstekend ontbijtbuffet maken ons stilaan wakker om de ‘dream of dreams’ te kunnen starten.
Wanneer we een steen in het water zien voorbijschuiven die heel hard op Bass Rock lijkt, wordt het tijd om het ontbijt af te sluiten,
het harnas aan te trekken en het paard te zadelen.
De eerste meters ‘links rijden’ met de motor valt mee. Alleen het eerste rondpunt vergt wat denkwerk.
De GPS-dame (Carine) vindt dat ik terug moet naar de boot, want ik heb ‘nieuwe asfalt’ gekozen, die ze nog niet kent
en zij wil langs de oude, vroegere wegen rijden.
Gedurende een half uur zeurt Carine om de 40 seconden dat ik terug moet.
Even stoppen om haar met zachte hand op een ander gedacht te brengen en we zijn weer op het juiste pad. Zelfs volgens Carine...
Wanneer we door de Cairngorms rijden, krijgen we de eerste van een aantal prachtige Schotse streken te zien.
Als we de eerste keer moeten tanken merken we de beginselen van een benzinetekort door een nationale staking.
Je mag slechts voor 20 Pond tanken.
Geen probleem voor ons, maar een benzinetekort in het noorden zou ons flink parten kunnen spelen de volgende dagen.
De petrol-onderhandelingen zitten muurvast.
Na een 150 kilometer rijden we, zonder het te weten, langs Balmoral, het Schots optrekje van de Queen.
Niets gezien of niet goed gekeken. De kans was toch klein dat we op de high-tea mochten komen voor een
scone met marmalade and whipped cream.
Na een 200 tal km’s maken we nog eens een stop.
Ik zie plots dat mijn linker koffer nat is. Zelfs zeer blinkend nat is.
Bizar want het heeft het laatste uur niet meer geregend en ik heb geen plassen bevaren.
Wanneer ik met de vinger over het nat wrijf, merk ik dat het olie is.
Heel de linkerzijde van de motor hangt vol olie, gelekt uit de motor. Help !
Na wat zoeken blijkt het ‘slechts’ vanonder de oliedop te komen.
De dop zelf is intakt, de O-ring ziet er prima uit maar we vermoeden dat het niet zo is.
Ik had al schrik dat mijn motor na die schuiver in februari meer schade had opgelopen (binnenin) dan enkel aan het kleppendeksel.
Het sputteren van olie langs die dop kon wel een voorbode zijn van erger.
Het oliepeil was gezakt tot 1mm onderaan in het kijkglaasje. Vijf voor twaalf dus.
Terwijl langs de hele linker zijkant de olie als bloed op de grond druipt,
beslissen Wim en Koen een zoektocht te beginnen naar een garage om olie te kopen en eventueel een nieuwe O-ring op de kop te tikken.
Ik wist toen nog niet dat ik hen pas twee en een half uur later zou terugzien.
Na een lange rit hebben ze eindelijk een garage gevonden. Ze hebben de oliedop bij, maar de garagist heeft geen gepaste O-ring.
Hij heeft wel duizend milliliter 5W40 olie die me weer, al olie-sputterend, enkele km’s verder kon brengen.
De garagist stelt voor om met silicone een ring te spuiten over de ‘defecte’ O-ring.
Wim en Koen moeten dan wel binnen het half uur terug bij mij zijn, anders is de silicone uitgehard en niet meer te gebruiken.
Ondertussen stopt er naast mij een ‘John’ maar zonder rode helm: een technieker in hart en nieren
die me direct gerust stelt: Ik hoef niet te vrezen voor schade binnenin, het is vermoedelijk alleen de O-ring.
Terwijl ik ondertussen, om de tijd te doden, alles lees wat ik bij me heb (motorhandleiding, toerist-info, ...),
wel 30 foto’s neem van het moderne kasteel aan Cock Bridge, waar ik sta te wachten,
de olie van de motor kuis… vertrekken de twee Honda’s terug in mijn richting.
Na een half uurtje rijden blijken ze telkens langs nieuwe wegen te komen die ze nog niet gezien hadden.
Wanneer ze inzien dat ze een afslag gemist hebben en ze naar het Oosten rijden in plaats van het Noorden,
krijg ik na 2 uur wachten een telefoontje.
Ze zullen binnen drie kwartier terug zijn.
Amper een dertig minuten later zijn ze weer terug en de Honda’s CBR en VFR hebben onderweg gewillig
van hun drank genoten en hun rubberen sloefen hebben het hard te verduren gekregen.
Wanneer de twee reisgenoten arriveren blijkt de silicone uitgehard en is er veel kracht nodig om de dop er weer op te krijgen.
Een halve liter olie erin, dop erop, een doekje voor het bloeden er rond en vertrekken maar.
De silicone brengt weinig op: de oliedop huilt geen tranen met tuiten meer maar het stroomt er in een dun laagje al druppelend af.
Geen fantasiebaantjes meer, maar recht naar ons doel. Morgen, zondag, zullen we wel zien:
Wim en Koen kunnen de tocht reeds verder rijden en ik zal 100 km verder naar de dichtsbijzijnde motorgarage rijden
en maandag een nieuwe O-ring kopen. Dat is mijn idee. Mijn twee reisgenoten zijn niet akkoord:
Samen uit, samen thuis.
Mijn eerstgeboorterecht voor een O-ring !
Of hoe een domme nul je reis verandert.
De eerste B&B is prachtig. Het bed is om in te verdrinken, Ik droom over olie, nullen, ringen en vettige handen.
Het meer dan uitgebreid ontbijt is heerlijk, maar even vettig als mijn handen deze nacht.
De zon lacht breed en Wim en Koen vertrekken op zoektocht naar iets wat op een garage lijkt waar
we misschien toch op een zondag, een O-ring kunnen bemachtigen.
Ondertussen trek ik naar de kelder van John, de eigenaar van de B&B, waar zijn administratief centrum is en
waar ik zijn internet mag gebruiken. Ik maak van de gelegenheid gebruik om enkele technische knobbels te
contacteren waarvan ik weet, via een motorforum, dat zij zeker een antwoord hebben op mijn probleem.
Alleen al een geruststelling dat er geen grote schade is, zou al genoeg zijn.
Het ene forumlid gaat door het leven als een ijzeren Muppet De andere loopt hele dagen, betaald, in fluo gekleed.
Zo fluo dat zelfs tijdens het kegeltjesrijden in Zandvliet alle rijstkokers trager gingen rijden omdat ze vermoedden dat de pelitsie aan de A12 een grote actie hield.
Het ziet ernaar uit dat we niet naar Inverness zullen geraken en dus annuleer ik de B&B in Inverness.
Vermoedelijk zal het morgen richting Aberdeen gaan... voor een O-ring.
Wim en Koen spreken met Ian Watt, eigenaar van een lokale benzinepomp’.
Hij weet hen te vertellen dat in een stadje in de buurt (Eilan), ‘aan de McDonalds’, een motorshop is die ‘s zondags open is.
Wim en Koen komen terug met het goede nieuws maar een half uurtje later staat Ian Watt,
helemaal tot aan de B&B gekomen, in onze keuken om te melden dat de shop toch gesloten is.
“Maar... ” zegt hij “...Ik ben al 56 jaar mechanieker (!) en ik zal jullie proberen te helpen.
Ian Watt heeft reeds 40 jaar een kartonnen doos in zijn garage staan waar elke O-ring die hij niet nodig had in verdween.
Wij mogen om 11:00 bij hem langs komen om de doos te doorzoeken naar een ringetje dat op het dopje past.
Op elk dopje past een ringetje, of zoiets.
“I’ve helped hunderds of People with that Box !” beweerde Ian Watt.
Daar zitten we dan op zondagmorgen.
Iedereen zit in de kerk en wij zitten naast de garage van Ian Watt, The Lord of the O-rings.
Wie weet heeft Ian nog ergens een Mithril hesje liggen... naast Prik, zijn zwaard.
We zitten met de billen op de grond, de doos tussen ons in en ring per ring wordt gecontroleerd.
Te grote O-ringen, te kleine O-ringen. Spijtig genoeg geen passende O-ringen.
“Good news !”
Ian Watt heeft toch nog even geprobeerd de shop te bellen en die is ondertussen toch open.
We rijden er direct heen.
De werkwijze is gekend: olie erin, dop erop, doekje er rond voor het bloeden...
Wim heeft enkele O-rings apart gelegd die juist te groot of juist te klein zijn,
en die we mogen meenemen van Ian Watt . “You’ll never know !”
Nog even de handen wassen in zijn garage, die prima uitgerust is voor zijn mechaniekers.
Hij zorgt zelfs voor de inbrekers: Hij laat de smeerput ’s nacht helemaal open liggen
zodat iedere nachtelijke bezoeker zijn eerste vrije val kan maken. Solo.
We kunnen vertrekken, maar eerst Ian nog betalen... “Absoluut niet, geen sprake van.
Als je me ooit in de pub tegenkomt trakteer je me maar op een biertje” roept Ian ons vanuit zijn bureau.
Boven onze hoofden giert op 400 voet een straaljager, net opgestegen van de RAF-base in de buurt.
Bij ons mogen ze sinds lang niet meer zo laag vliegen. Hier kan het nog wel en het klinkt oorverdovend.
Ze vliegen zo laag dat je de piloot koffie kan zien drinken in zijn cockpit. Yeah, right.
Ian, John 'Norland', Bart en John ‘Fluo’: bedankt voor de hulp!
In Eilan komen we aan bij de motorshop. Een jonge knul van 18 à 20 jaar, type Jamie Oliver,
spuit de halve motor vetvrij en buigt zich over mijn sputterende oliedop.
“Met die O-ring is niks mis” zei hij “maar ... er is nog een O-ring onder de bajonet-vatting van de oliedop."
Een klik met een schroevendraaier tilt de vatting uit het motorblok en brengt een tweede, gescheurde, O-ring aan het licht.
Oef, de oorzaak van het probleem is gevonden. Alleen heeft Jamie daar geen passende O-ring voor.
Wie wel een heeft is onze Wim.
Die heeft er nog een paar in zijn vestzak zitten die we van Ian, The Lord Of the O-rings gekregen hebben.
De O-ring past bijna en de motor lost weinig of geen olie meer.
Eerst nog die jonge kerel betalen... “Absoluut niet, geen sprake van. Bikers for bikers – B4B”.
Ik sta erop zijn ontvetter van 4 Pond te betalen en mag hem 10 Pond geven.
Ondertussen is het 13:00 geworden. We hebben die dag onze langste tocht gepland rond de Great Glenn
(Lossiemouth, Fort-William, Drumnadrochit en Lossiemouth, met Glenn Nevis en Glenn Affric als eventuele opties), een goeie 400 km.
We hebben een flinke tocht voor de boeg en, ondanks dat het zo laat is, besluiten we er toch aan te beginnen.
Eerst een gezond ‘broodje koe’ bij Ronald McDonald en dan terug naar de B&B om onze uitrusting op te pikken.
Die avond zouden we terug in dezelfde B&B slapen. John, de eigenaar, zegt me dat, met zo’n een rit voor de boeg,
het zeker middernacht zal worden alvorens we terug thuis zullen zijn.
Wat hij en wij niet weten was dat wij om 24:00 nog heel ver van huis zullen zijn...
Langs de stadjes Buckie, Portknockie via Cullen richting Whiskey verdampende dorpen als Knockando en
Grantown on spey, het hart van het ‘Gouden vocht’ of ‘Drum’. Nadien langs het mooie Loch Laggan richting Fort William.
Het valt op dat je hier elke 5 minuten, en dan bedoel ik echt elke ‘300 seconden’, in een ander landschap rijdt.
We stoppen teveel en de geheugenkaartjes kreunen onder het geklik van de camera.
We hebben eigenlijk te weinig tijd om Glenn Nevis te rijden, maar Wim wil graag de valei van Ben Nevis, Schotlands’ hoogste berg, zien.
Ik ben er hem nog steeds dankbaar voor. Adembenemende natuur. We schieten er zelfs een aantal herten, met de télé op scherp.
Ma, pa en hun dochter, Ree, blijven gewillig staan tot onze geheugenkaarten weer alle pixels hebben verwerkt.
De familie trekt nadien rustig verder de berg op. Wij bollen de andere kant op.
De zon zakt achter de bergen en ‘Big Mac’ is reeds helemaal verteerd.
Eten is er niet meer bij: We zijn helemaal op het verste punt van onze trip, halfweg dus, en nog 200 km te gaan.
De terugweg loopt, in een gulzig aanstormende duisternis, lang de A82. Een tot autostrade opgewaardeerde
boerenwegel: twee rijvakken tussen de bomen waar auto’s, moto’s en vrachtwagens elkaar tegen een razende snelheid kruisen.
De bomen maken het nog meer beklemmend. Het avondlicht op Loch Lochy wiegt je stil en verjaagt het kloppen van de boxer.
Windscherm omhoog, helmscherm omhoog, waardoor een zachte frisse wind langs je wangen stroomt.
Man, man, wat een prachtige natuur. Wie heeft nu nog honger. Dit gevoel is eten en drinken tegelijk.
De dag is reeds lang gaan vluchten voor de nacht als we Drumnadrochit doorkruisen.
Aangezien ik de kop van het peleton trek en ik kost wat kost een foto wil van Urqhart Castle, rem ik af
en draai de grote donkere parking van het domein op. Geen nachtwakers, alleen een gitzwart, donkere, lege parking.
Een dikke paal en een lange sluitertijd zullen voor een mooie foto zorgen van ‘Urqhart in the spotlights’.
Die foto heb ik gemaakt, alleen 90 minuten later ...
Bij het afstappen vraagt Wim me of het normaal is dat mijn fiets ‘dat’ geluid maakt.
Ik heb mijn helm nog op en hoor het tikken van de uitlaat.
Dimitri: “Yep, das normaal. Dat doet hij altijd als de uitlaat warm staat en ik de motor afzet.”
Wim: “En dat sissend geluid, is dat ook normaal?
Dimitri: “Sissend geluid ?”
De achterband sist als een lekke doedelzak. Een kleine, ondiepe snee in de vorm van een kraaienpoot in de band
doet ons vermoeden dat ik in glas ben gereden.
Nog een geluk dat ik de enige ben. De banden van mijn twee zadelbroeders bleven gevrijwaard
Ik trek de gapende wond een beetje open met de schroevendraaier van mijn Zwitsers zakmes maar het sissen blijft zacht en geleidelijk.
Een nestel kan dus de oplossing zijn.
Ik mag er, van de twee techneuten naast mij, absoluut geen nestel insteken en laat me overhalen
om de band te vullen met een flesje latex. De latex mét druklucht en ‘de regie’ zijn van Koen,
de mega-belichting wordt uitgevoerd door Wim en de mains d’oevre zijn van ondergetekende...
We laten het wiel, motor op de bok en in eerste versnelling, 15 minuten draaien zodat de latex zich kan verdelen in de band.
Ik trek de motor zelfs naar mij toe zodat veel latex over het gat, dat 4 cm van het midden van de band zat, zal blijven liggen.
Na het kwartier blijft de band nog sissen. Alleen…het sissen komt alleen niet meer vanuit de kraaienpoot
maar zit nu 10 cm verder... uit een tweede gat, aan de andere kant van de band.
Na veel gesakker, gedonder maar ook veel gelach, trekken we in het tweede gat een nestel en brengen de zaak op druk.
Door eerder luchtverlies hebben we om 2,5 Bar te krijgen nog een viertal CO2-ampules erbij geduwd.
Die 2,5 Bar heb ik nodig om in een rustig tempo de laatste 100 km te rijden. Na 4 ampules zit we aan 2,4 Bar.
23:45 en klaar om te vertrekken. John en vrouwtje van ‘B&B Norland‘ slapen al lang...
Honderd meter verder, achter een bocht, is een benzinestation. Gesloten, maar met een luchtcompressor die je,
in ruil voor 20 pence, zoveel lucht geeft als je band maar slikken kan. Dag kleine CO2-ampules.
Die laatste honderd kilometer verlopen rustig aan 70 per uur. Om 01:30 arriveren we moe maar voldaan aan onze tijdelijke ‘thuis’.
De motor zetten we af om ‘binnen’ te rijden, zodat we ‘ma en pa’ niet wakker maakten omdat we te laat thuis zijn gekomen.
De dag nadien beweert John dat hij ons niet heeft horen thuiskomen.
Om 01:40 is het theewater warm.
We drinken onze thee in stilte en laten de nacht voor wat hij is.
Morgenvroeg is er weer Weetabix, met melk en ‘cooked breakfast’ net zoals 31 jaar geleden...
We leren het nooit af…
http://picasaweb.google.com/schotland04 ... fTheORings
One O-Ring To Rule Them All,
One O-Ring To Find Them,
One O-Ring To Bring Them All
And In The Darkness Bind Them!
..............................J.R.R. Tolkien
Cheers,
Dim



