Nog een verslagje om de laatste winterdagen door te komen en terug uit te kijken naar het komende seizoen...
Dag 1: Thuis tot Brenton
Bart, Wilfried en Patrick slapen, Fons gaat nog een douche nemen en ik lig in bed naast Patrick. Hij slaapt al en mijn ogen vallen, voor de tweede keer vandaag toe.
‘Vandaag’ is een hele brok dag geweest, maar voor we daaraan begonnen hadden we eerst nog gisteren.
We hadden afgesproken om 20.15, om tegen 20.30 te kunnen vertrekken naar Drongen, onze eerste halte, waar we een afspraak hadden met Bart. Met het moderne druk-druk-druk-principe in het achterhoofd, kwam ik al veel en veel te laat thuis van het werk. Daarna nog een snelle hap en een snelle kofferpak, 2 rustige minuten de tijd genomen om de afscheidsknuffels te geven en ontvangen van de lieve achterblijvers en nadien nog een blitz-bezoek aan het werk. Ik kom stipt om 20.30, aan op onze rendez-vous plaats. Niet goed voor mijn tikker en alweer drie jaar van mijn leven afgepitst wegens een overdosis tijdsgebrek en stress.
Bon, de jaarlijkse motortrip is gestart.
Alvast een start met een luizig vertrekweertje met de nodige miezel die uit de hemel valt.
Na de verbroedering met Bart in Drongen gaat de miezer over in … meer miezer. De volgende halte is de taverne Shagall (Nieuwpoort), waar de garçon van dienst teken doet dat we royaal te laat zijn. Het kan natuurlijk ook zijn dat hij van achter het glas wilde teken doen dat zijn nieuwe polshorloge niet meer werkt. Kortom, wijzen naar zijn horloge en waggelen met de vinger die net heeft gewezen (?). De huidige tavernebezoekers kunnen alleszins profiteren van het feit dat de garçon het uur niet meer kan aflezen en op deze manier blijven zitten tot na sluitingstijd. De chancaars.
Dan maar terug de motor op en door naar de caravan. Ieder nog een pintje, blokje kaas (waarvoor dank aan Gé en filo), nog een beetje bijpraten met Ives, die ons even kwam bezoeken en dan de slaapzakken in. Een super korte nacht staat op het programma want de wekker wordt gezet op 05.45.
Een wansmakelijk uur.
05.45. De wekker doet hetgeen waarvoor de meeste mensen hem aankopen en een bakje troost wordt gezet. Ik besef eindelijk waarom ze deze donkere vloeibare instantie, een bakje troost noemen. Niet dat ik me echt getroost voel met deze smurrie, maar samen met het idee dat we binnen enkele uren aan de linkerkant van de baan rijden geeft het me toch een riem onder m’n hart. De motoren krijgen hun bagage opgesnoerd, de tassen staan weer afgewassen in hun kast, de caravan op slot en de frisse ochtendrit kan beginnen.
Calais is de eerste stop. Deze stop is ook nodig, want als de ferry het doel is, lijkt het ons beter om op tijd te stoppen en niet te blijven doorrijden tot we zeewater in de motorlaarzen krijgen. Eens de zijpikkel de grond raakt, is de eerstvolgende nuttige activiteit het afhandelen van een ontbijtritueel. Vandaag is dat op “queue 199” van P&O Ferries, tussen de auto’s, mobilehomes en schoolbussen. De menukaart schrijft een groot brood en een grote pot choco. De starende kinderen in de schoolbussen vinden het maar een rare bedoening. Gelijk hebben ze.
Een rustige overzet zonder noemenswaardige verhalen brengt ons na een 2 uur in Dover. Tijd om links te leren rijden. Niet echt moeilijk, want er staat eerst een 400km autostrade voor de boeg, waar we op een eenvoudige manier kunnen oefenen.
Het was weer enkele jaren geleden dat ik het nog eens moeilijk had gehad met het leveren van een strijd tegen het bekende zandmannetje, maar de nachtrust (enfin, het ontbreken ervan) doet me op de autostrade een milliseconde in slaap tuimelen. Bangelijke ervaring en hoog tijd om te stoppen. Een geconcentreerde middagdut in het gras van een tankstation brengen me er terug bovenop.
De volgende halte is Stonehenge. Veel te toeristisch en veel te duur om in het domein te mogen flaneren. Wat nog veel belangrijker is, is dat vanaf nu de autostrade ‘verleden tijd’ is. Tijd om over te gaan in de geniet-modus. Weg is de drukte van de autostrade en lang leve het platteland.
Zalige wegen, een zeer, zeer mooie natuur en een uiterst genietbaar gezelschap. Het vinden van onze eerste overnachting verloopt van een leien dakje en het omgebouwde station van Brenton is fantastisch. De afsluiter vanavond is een eetfestijn in een plaatselijk restaurant, ons aangewezen door de uitbaatster van het vroegere station.
Veel plaatselijk volk is aanwezig en het zit er tjokvol. Het eten is uitstekend, het bier lekker en een oudere man met twee nog oudere vrouwen tonen ons even hoe m’n op eender welke leeftijd liters alcohol moet ‘verzetten’. Als we ze even later zien vertrekken in één auto duurt het geen twee seconden of al de ramen zijn aangedampt – die gaan een mooie nacht tegemoet. Voor ons is de dag ook om. Iedereen is pietdood en de bedden roepen. Eerst nog een douche voor mij, een beetje schrijven en see you tomorrow.















