Vrijdagavond, na mijn werk rond 20h00, laad ik alles op mijn moto. Nog een snelle hap, dikke kusjes aan vrouw en kindjes en hop, weg naar Luxemburg. Daar mag ik een appartementje gebruiken. Dat is toch al een eindje op weg. Een heel eind voor Namen is er een lange strook met maar 1 rijvak, dus dat schiet niet even niet op. Bovendien regent het en krijg ik koud. Na de werken geef ik goed gas. Voor zover ik het goed gezien heb, want de dashbordverlichting doet het niet, rijd ik 180. Ik voel er niks van. Tof bakske die K75. Ik ga dat later dit weekend nog enkele keren denken.
Ik geniet van de frisse pint in de koelkast van het appartement en van de tv.
's Ochtends ligt Luxemburg in een dikke mist. Zou het hier mooi zijn? Ik zie vooral kantoortorens. Doet er niet toe, ik moet enkel tanken en voortrijden. Het eerste stuk van de dag bestaat uit nog meer autostrade. Metz, Nancy,...
De afslag naar Lunéville komt net op tijd. Genoeg autostrade. Ik ben op weg naar Natzweiler. Daar wil ik een concentratiekamp bezoeken. Het was een nacht und nebel kamp. Concentratiekampen ken ik uiteraard van op tv en van uit de geschiedenisboeken, maar toch grijpt dit naar de keel. Er hangt een bordje dat vraagt om stilte. Is overbodig. Hier word ik vanzelf stil.
Bij het verlaten van de parking, zie ik een 1200GS Rally met Belgische nummerplaat. Ik dacht hem even aan te spreken, maar het zag er zo ne woesten uit. Had misschien zadelpijn?
Terug rijdend door het dorpje en bij het zien van een bejaard mannetje, vraag ik me af waar hij was ten tijde van het kamp. Ik vind dit lieflijk dorpje met zijn Duits aandoende huisjes plots akelig.
Tijd voor iets anders. Waar ligt die Col de la Schlucht?
Het geoefende oog zal onmiddellijk zien dat mijn wegbeschrijving niet klopt. Ik daarentegen moest daar eerst voor verkeerd rijden. Bij het overschrijven van de kladjes naar de nettere versie is er iets fout gelopen blijkbaar. Het bruine paterkesvocht dat ik tijdens die werkzaamheden genuttigd heb, is daar misschien mee schuld aan. Gelukkig kocht ik me deze ochtend een Michelinkaart van de streek en kan ik alles herplannen. Piece of cake.
Eerst Col du Bonhomme en daarna Col de la Schlucht. Voor mij zijn colletjes nieuw. De juiste versnelling, door de bocht kijken, jàààà hij kan nog platter,... . Er zijn hier gasten die dat duidelijk beter kunnen. Die mogen voor én krijgen een handje. Veel handjes gegeven! 't Is wel echt plezant.
Ergens onderweg naar één van die twee.
Boven op Col de la Schlucht waan ik me op het motosalon. Echt wel veel volk. Later die avond wordt er verteld dat dat te maken heeft met het verbod dat in sommige streken van Duitsland geldt om in het weekend met de moto over de kleine baantjes te rijden. Dat doet de motards uitwijken naar hier. Weet niet of het klopt. In ieder geval las ik een tijdschrift in de chambres d' hôtes een artikel waarin voor dezelfde regeling in De Vogezen gepleit werd.
"Chambres d' hôtes?", hoor ik u denken, "Daar ligt toch een tent op die moto..." Wel, Boven op Col de la Schlucht heb ik het wat frisjes gekregen. En het was al 17h00. Ik had plots geen zin meer om nog naar Gérardmer te rijden en op zo'n camping mijn tent op te zetten. Gelukkig had ik net voor ik vertrok dat adres uit de post van Louis nog op een bladje gekrabbeld. Les pres du moulin in Ban de Laveline. Weer de michelinkaart erbij om de route te herplannen en hop met de geit. De berg af.
Toch een schoon bakske hé, die K75
En de zon kwam erdoor.
Die Chambres d' hôtes dus; wel, die is fantastisch. Absoluut niet de grote luxe maar dat wordt ruim gecompenseerd door het warme onthaal en de gezelligheid van de eigenaars. De andere gasten, daar heb je niet steeds vat op. Maar die avond heeft de mayonaise gepakt zoals men dat zegt in het frans. Lang gebabbeld tijdens en na het eten. Soms ne keer serieus, soms gegierd van het lachen. Mooie avond. Ik sliep op de slaapzaal met nog een andere kerel. Een snurker. Daar heb ik niet zo lang last van gehad. Er wordt verteld dat ik duchtig meegesnurkt heb maar dat kan ik niet bevestigen.
Mooi gehuchtje trouwens. Je kent dat wel; één straat met ergens misschien nog een zijstraatje, kapelletje, kabbelend beekje. Moto sliep onder de sterrenhemel op het koertje aan de achterdeur.
Na het ontbijt en de rekening heb ik de weg naar huis uitgestippeld. Niet het hele traject, ik zou dat in stukjes doen. Zo 200 km per keer. Al een eind in de namiddag kreeg ik door dat mijn planning niet helemaal tiptop was. Ik moest wat beginnen opschieten. Er moest autostrade bij.
Vorige keer in Verdun was ik er in geslaagd dat grote monument te missen. Dat wou ik nu toch wel zien. Zeer mooie op-en-neer wegen waar je letterlijk kriebels van krijgt. En, met geen kat op de baan.
Hierna was het vet van de soep en mijn kaars uit. Ben dan zo recht en snel mogelijk naar huis gereden. De terugreis had ik niet op voorhand gepland en dat had ik beter wel gedaan. Of er nog een dagje aangebreid. Dat is voor volgende keer.
Iedereen bedankt voor de tips!