De ferry Zeebrugge-Hull vertrekt om 19:00h. Voertuigen moeten officieel aan boord zijn om 17:30h. Pas om 18:45h zijn we echter compleet. Dat was weer even spannend. “We” dat zijn J. met zijn R850R; K. met zijn K1200GT, G. met zijn R1150RT (alias ik); R. met zijn een oude Yamaha FJ1200; en B. met zijn Suzuki 1200 S Bandit. De R850R heeft al meteen startproblemen. P&O-mensen duwen hem de boot op. Drank & eten aan boord zijn erg duur, maar later zal blijken dat dit geldt voor heel de UK. In de bar hebben we allen de wijsheid in pacht, lossen we tussen pot en pint de Belgische politieke problemen op en verbeteren we, net voor we de lakens over ons heentrekken, ook nog even de wereld.
’t Is goed in ’t eigen hart te kijken zo even voor het slapengaan.
Dag 1
08:00h Hull. Truus (Garmin 2610) pikt meteen haar uitgestippeld spoor op. Links rijden is enkel lastig op de ronde punten. Maar op dat vlak is er oefenterrein genoeg in de UK, soms wel met 7 uitgangen. Ik zet Truus op miles, maar dan heeft ze het ook over “yards” en “voet” en ik begrijp vrouwen in een normaal taaltje al zo moeilijk. Snel weer naar het metrisch stelsel.
York is de eerste tussenstop. Een middeleeuws stadje + zon + zaterdag = verkeerschaos. We bezoeken het Treinmuseum (*** in Michelin), gaan iets eten en rijden dan verder richting Fountains Abbey (*** in Michelin), De paters destijds konden hun locaties kiezen. Toegangsprijzen zijn hoog. We lopen wat rond tussen de ruïnes, luisteren naar het Harry-Potter-achtig krassen van de kraaien en rijden dan verder door de Yokshire Dales, richting Hadrians Wall, de vroegere noordgrens van het Romeinse rijk. De Dales zijn mooi, de schapen omnipresent, de golvende landschappen schilderachtig.

We stranden op 40 km van de muur in het dorpje Alston.
Dag 2
Hadrians Wall.

De Romeinse keizer Hadrianus besloot in de tweede eeuw na Christus dat het Romeinse Rijk groot genoeg was, en sloot de grenzen af. In dit geval was het een muur van 117 km lang, met forten en 24.000 soldaten. In Housesteads bezoeken we de restanten van zo’n fort (weeral iets van 7 à 10 £ per man), mijmeren wat over uitspraken als “sic transit gloria mundi” en rijden dan verder richting Lake District. Onderweg waarschuwt een bord ons dat er op de weg A686 al 57 slachtoffers vielen de laatste 5 jaar. De A686 blijkt de plaatselijke Passo della Futa te zijn, vol motards. In de afdaling zien we slachtoffer nr. 58. Politiewagens, ambulances, heli,…. Een brancard met een lichaam op. We slikken even en rijden door. Truus stuurt ons over single track roads omzoomd met muurtjes. J. raakt zo’n muurtje met de koffer en bibbert nog na. Landrovers en schapen kruisen ons pad. Eekhorentjes huppelen voor ons uit. The English country side heeft wel iets.
In the Lake District zijn er veel… lakes.

Aan een benzinepomp vragen we of Clijsters de US Open gewonnen heeft? “I don’t know, but I can tell you everything about cricket.” Tja. De ferry brengt ons aan de andere kant van Lake Windermere. Dit is de betere buurt van Engeland. We vragen prijs aan een hotelletje. 240 £ pp/nacht. We rijden snel verder om te eindigen in Kendal, in een B&B. We vreten ons vol bij de Chinees en genieten mee van een feestje met live muziek in de plaatselijke pub. Engelsen kunnen zuipen. Van jong tot oud, mannen en vrouwen.
Dag3
Het grootstedelijk gebied tussen Manchester en Leeds is vooral grootstedelijk: veel verkeer, stoplichten en flitspalen. Het gaat niet vooruit. The Peak District vormt een déjà vu van schapen, heide en heuvels, maar toch mooi.
[
Einddoel is Chatworths House (*** in Michelin). We komen toe als de zaak al dicht is. We rijden verder op de route en eindigen bij valavond ergens & nergens, in het pensionnetje Robin Hood. De waard, met vuile broek, sigaret en stoppelbaard is een sympathieke vent, het eten is heerlijk en het bier fris getapt. Gezellig. Hij waarschuwt voor benzineschaarste : de truckers staken tegen de hoge prijzen. Overal hamsteren de mensen. Dag 4
Nog steeds prachtig weer, zij het nu met wolkjes. We trekken richting Wales, Snowdonia. Bij elke benzinepomp staan lange rijen. We tanken sneller dan anders uit zekerheid. De benzine heeft zoals overal in Engeland een laag fosforgehalte, stinkt en leidt tot gepingel van de motor.
Engelse wegen moeten water afvoeren en zijn daardoor gemaakt van grof asfalt. Bandenvreters. Mijn voorband – die al ver op was – wordt helemaal kaal. Ook de voorband van R. is weg. En donderdag geven ze regen. Ook Wales is een déjà vu van schapen, heiden en heuvels. Mooi, maar niet zo overdonderend als Schotland. We rijden door de Snowdonia mountains richting Holyhead, waar het dorpje met de welluidende naam Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch zich bevindt.

We rijden verder richting Caernarfon Castle (*** in Michelin) en slapen in the Prince of Wales. Het hotel is even armzalig als het dorpje. Een dochter wordt 18 jaar en dat wordt gevierd, met sloten bier. Tegen dat we terugkomen van het avondeten is iedereen ladderzat. Links en rechts op de stoep zit een kotsende tiener. England rules the waves, waves van bier.
Dag 5
De ladderzatte waardin van gisteravond is weer nuchter. We vragen waar we banden kunnen wisselen. Bangor. We komen toe bij een kleine shop van Japanse fietsen. 99,99£ voor een BT020 voorband geplaatst is een faire prijs. We bestellen er 2. In het armtierig atelier zit een jonge mecanicien. Hij lacht en zijn mond lijkt wel een kerkhof van rotte en scheve tanden. Een uitdaging voor elke tandarts. Maar van motoren weet hij alles. De banden worden secuur en professioneel vervangen. Next stop is Portmeirion. Hoort thuis in het rijtje van gekke bouwsels à la Neuschwannstein of Sintra (Lissabon). Ijsje, foto’s, ook van het strand.

Verder dan langs heuvels waarop een reuzenhand witte stipjes heeft gestrooid. In Engeland zijn er meer schapen dan mensen. Draaiend op een hellend kruispunt verlies ik plots het evenwicht en dien ik de RT op z’n zij te leggen. Het eerste krasje op de koffer en cilinderbeschermers na 3 jaar. Ik vecht even tegen een depressie. We slapen in een hotelletje ergens & nergens.
Dag6 - Donderdag
Als we opstaan is het druilerig weer. De eerste en enige dag met regen.
Via de Black Mountains gaat het richting Brecon Beacons. Het moeten niet altijd gorilla’s in de mist zijn : schapen zijn ook goed. Na de Brecon Beacons gaat het richting Symonds Yat en de vallei van de Wye.

Bij valavond stoppen we aan een mooi hotelletje niet ver van Tintern Abbey. We maken een deal met de uitbater. Zoals gewoonlijk duur, maar deze keer krijgen we waar voor ons geld. In de dining room stommelen we in onze leren pakken tussen de oude dametjes en ander antiek. De vrouw des huizes kijkt ons met de rug aan. Vermoedelijk zal het vanavond rustig zijn in dat echtelijk bed.
Dag 7
Tintern Abbey (*** in Michelin) is net zoals Fountains Abbey een idyllisch gelegen ruïne. Inkom is weer schandalig en we besluiten langs de buitenkant wat foto’s te nemen. Via de Wye valley gaat het over de beroemde Severn Bridge richting Engeland. We stoppen in Bath. Ik vergis me in de instructies van truus en het wordt een gehark van jewelste in het drukke verkeer. We bezoeken het Romeins badhuis en nog wat andere Michelinsterren en gaan dan richting Stonehenge.

Het verkeer in Zuid-Engeland is erg druk, de wegen zijn langgerekt en overal flitspalen. Bij Stonehenge trekken ze het ene blik Japanners na het andere open. Of zijn dat nu al Chinezen? We gaan zuidwaarts richting Beaulieu en het nationaal motormuseum. Inkom 15£. Afzetters. Maar intussen kunnen we marchanderen. Met het nodige gezeur mogen we binnen voor 10£. Het museum is leuk, maar niet erg groot. We zien onder andere de motor waarmee Lawrence of Arabia is verongelukt (foto).
[


Er staan wel beauties. Vooral op 4 wielen. Als we buitenkomen is het al 18:00h. We besluiten nog wat verder te rijden. Het is prachtig weer en het stikt er van de oldtimers. Raar. Om één of andere reden blijken alle hotelletjes vol. Blijkt dat er in Goodwood een race is voor oude wagens en dat 50 mijl in de omtrek geen hotelkamer meer vrij is. Het wordt al donker en tot overmaat van ramp blijkt het licht van de oude Yamaha het te hebben begeven. We stoppen en bellen alle hotelletjes in truus af. Vol, vol, vol… Na een half uurtje spelen met truus, vallen we op een hotel in Brighton en dat heeft nog plaats. 34 km zegt truus. We kunnen haar bits & bytes wel kussen. Alleen start mijn RT niet meer : het lange stilstaan met alle lichten op en het spelen met truus, heeft de batterij leeggezogen. Duwen. Plots pakt de RT en schiet vooruit, recht op een muur af. Slechts een paar cm overschot.
De weg naar Brighton is versperd door een ongeval. De politieman zegt links, truus zegt rechts. Ik geloof onvoorwaardelijk truus maar R.-zonder-licht wil de raad van de politieman volgen. De 34 km worden er 80 en het is 23:00h als we verkleumd in Brighton arriveren. We eten Indisch, drinken Indisch en het leven is weer mooi.
Dag 8
De laatste dag.

Via de seven sisters en andere white cliffs gaat het richting Canterbury. Een middeleeuws stadje + zon + zaterdag = verkeerschaos. We laveren tussen de files, parkeren waar het niet mag en vergapen ons aan de kathedraal, centrum van het Anglicanisme. Daarna gaat het in een rotvaart richting Kanaaltunnel. Truus brengt er ons feilloos. 77£ voor de overtocht. We protesteren luid, maar omdat we niet hadden gereserveerd is dat de prijs.
Volgende keer zal het de ferry zijn! Het concept van de Chunnel is goed, maar het wachten duurt lang. Het is al 19:00h als we in Calais de autostrade oprijden. Nog 250 km en we zijn weer thuis.
Engeland & Wales staan zeker niet in onze top 3, maar het was toch weer leuk. En we hadden geluk met het weer.
Volgend jaar, bij leven en welzijn, viert ons groepje zijn tiende verjaardag. Wat zal worden? Noorwegen of Marokko?
To be continued.







