Dag 3: De Mont tot Les Loges (FR) – 4 april
Machtig goed geslapen. Het ontbijt is ook al een verbetering tegenover le tres p’tit dejeuner en Paris. En dat allemaal voor de helft van het Parijse budget. Maar ik zal toch weer blij zijn, als ik op de motor zit. Per toeval flikker ik mezelf op het bekende WO II traject ‘Le Voie de la Liberte’. Patton’s belangrijkste bevoorraadingslijn van WO II, van Normandië naar onze Bastogne. In totaal een goei 1200 km. Een mooie traject! Vermoedelijk was Patton ook een motard, dat kan niet anders als je het traject in ogenschouw neemt. En even per toeval ben ik er ook terug van vanaf. Er staan enkel bornes (betonnen rood-witte paaltjes) langs de weg, die aangeven dat je nog steeds op La Voie zit, maar verder is er geen juiste-richting-markering. En plotseling zijn er geen markeringen meer te vinden. Ze zullen er nog wel staan hoor, maar ik zit gewoonweg niet meer op de in ’47 aangemaakte toeristische route. De wegen zijn er kwalitatief een beetje op achteruit gegaan, maar absoluut niet van die orde dat de vering er moeite mee heeft. Het is enkel door de vergelijking met gisteren, dat we iets kritischer zijn geworden.
Ik merk dat er weer flink wordt opgeschoten op deze mooie banen die nauwelijks worden afgeremd door dorpen die de snelheidslimieten naar beneden halen. Er zijn trouwens bijna geen dorpen die je passeert. Die liggen netjes enige kilometers naast dit traject. Lintbebouwing? Nooit van gehoord hier. Dus na enkele uren in het zadel activeer ik plan ‘freewheelen’, want er is toch marge genoeg. Voor mij betekent dit, dat de deur openstaat voor alle mogelijke interessante bordjes die aangeven dat er iets te zien is. Ik begin dus willekeurig een groot kriskras patroon richting noord-oosten te rijden. Soms is er iets te zien, soms stoppen de wegaanduidingen er gewoon mee, zonder dat het doel werd gevonden. Ik word geregeld naar het hol van Pluto gestuurd, maar evenzeer kom ik terecht in het hol van Goofy of in de dikke darm van Mickey Mouse. Het voordeel is dat de streek mooi is en dat ik tijdens deze mini-escapades moederziel alleen rond snor.
Tot in Bayeux gaat het op deze manier verder. Daar wacht een terras met middageten en een openbrekende zon. Vanaf dan gaat het richting de kust om ergens onderweg het verlaten domein te zoeken. Le Grand Seminaire van Sommervieu. Ergens rond het jaar 1500 uit de grond gestampt, om dan rond de jaren 2000 dienst te doen als opvang voor ‘arme’ mensen. Arm in de betekenis van letterlijk arm, arm aan levensdoel, arm aan levensmoed, aan een thuisbasis en ga zo nog maar wat verder. Maar tegen 2009 of zoiets waren de uitbaters mee afgezakt in het armenstatuut. Het ding onderhouden koste bakken geld. En dus staat het leeg. Wonder boven wonder vind ik het ongelooflijk snel, maar een ingang vinden waar ik eveneens de volgeladen motor en helm en vest, onbeheerd kan achterlaten is een ander paar mouwen. Met de auto gaan zo’n manouvers toch stukken eenvoudiger. Na 10 minuten rondknodderen heb ik er genoeg van en ga over tot het inroepen van plaatselijke hulp. In mijn beste Frans en met m’n meest schaapachtige gezicht vraag ik aan de uitbaatster van een winkel, vanop welke plaats ik het beste wat foto’s kan trekken van het domein. En wat blijkt? Het domein is eerder dit jaar gekocht door een inwoner van het dorp. 30 hectaren grond, omgrachting met water, drie gebouwen met ongeveer 150 kamers èn daarbovenop nog een basiliek. En neen, hij heeft er geen commerciële plannen mee. Het ligt er ondertussen nog altijd onaangetast bij. Maar ik heb de sleutel van de poort, zegt ze als kers op de taart.
Die kan ik je echter niet geven. Dat zou niet correct zijn hé. Ze wil me wel zeggen hoe ik best in het domein raak. Ook goed poppemieke, we zijn flexibel vandaag. Dus ik volg haar instructies en laat met een klein hartje de volgeladen motor met alle bagage en mijn helm ergens aan vastgeklikt, achter in een doodlopend veldwegje. Ik wandel landbouwveld n° 1 over, dan door een klein bosje en kom aan de rand van veld 2 (tevens de grens met het domein). En wat dan…? Dan begint het te regenen natuurlijk. Na 5 minuten zijn mijn motorlaarzen 15 maten groter geworden en zijn ze verdubbeld in gewicht. Nog eens enkele minuten later begint het te glibberen onder mijn voeten en doe ik alle moeite om het fototoestel zo droog mogelijk te houden. Ik hoor iemand roepen en stop met stappen (ploegen is beter gezegd). Ik luister vanwaar het komt en versta duidelijk wat er wordt bedoeld. Ik besluit maar te luisteren naar mijn schreeuwend innerlijk geroep, om er een eind aan te maken. Deze moeite is er ‘wat over’ vind ik. Vol modder sta ik na een tiental minuten terug aan mijn motor, die mij vierkant aan het uitlachen is. Loslaten Pieter. Je kan niet alles hebben in het leven. Ik geef m’n vehicle een shop tegen z’n schenen, zodat ie stopt met lachen, trek de rest van de motoroutfit aan en verlaat Sommervieu. Ondertussen valt de regen met bakken uit de hemel. Voordeel van dit alles, is dat mijn motorlaarzen gaandeweg hun normale schoenmaat teruggespoeld krijgen. Na een kwartier is het gedaan met gieten, ben ik terug proper, komt de zon er weer door en is mijn glimlach terug tevoorschijn getoverd.
Ik fluister Svetlana in haar elektronisch oor dat ze nu even voor de snelste weg naar de B&B mag gaan. Een uur later bedank ik haar vriendelijk en neem op een steenworp afstand van het einddoel zelf het traject in handen. Eerst nog een terrasje doen aan de kust. En mezelf trakteren op een pannenkoek.
Als ik nadien aankom aan de B&B, start er wederom een regenfront. Net te laat, ik ben op tijd binnen. Een babbel met de uitbater en een drankje (zelfgemaakte cider) later, ben ik gesetteld en klaar voor hun avondeten. Ik blijf nog wat natreuzelen tot dat de man des huizes me komt zeggen dat het precies gedaan is met regenen. Ahaa. Dat wil evenzeer zeggen dat ik een poging ga doen om een zonsondergang vanop de kustlijn te gaan begluren.
En wat voor één. Parijs had al een proper nacht-uitzicht. De Mont had dat gisteren ook. En nu vandaag nog zo’n avondmoment. Volle bak genieten. Zelfs al is het maar solo deze keer… De volgende motorreis in augustus gaat Meen terug mee op stap en dan hebben we ook al enkele visuele weerkundige speciallekes op de lijst staan.
Maar dat is voor later. Ondertussen zit ik terug in de B&B, knutsel ik wat woorden bij elkaar, selecteer wat foto’s en ledig (solo) de volgende fles cider, die je volgens de brouwer ‘moet’ drinken uit een bolle koffietas.
Dus doe ik dat maar hé.
