Dag 6: Vent tot Gadmen (CH) – 11 augustus
Nou nou nou.
Een dag om van te snoepen. +400 bergkilometers. Een dikke 9uur onderweg. Deels door Italië, een stukje Oostenrijk en dan nog een flink Zwitsers traject. Veel indrukken met een hoog wooow en jaaah en amaaai gehalte. Spijtig genoeg liet dit traject weinig marge tot interessante fotostops of verhalen.
De enige memorabele momenten waren de onrustwekkende start in Italië, de Zwitserse snelheidbeperkingen en -controles, het koude zonnige weer, ons achterste en een ongeluk in Zwitserland.
Het Selva-Bolzano-Merano-Spondigna traject, was er eentje dat uitblonk in files, stilstaan, verkeerslichten, drukte. Enerzijds een hevige tegenstelling tot de rust die we de voorbije dagen ondervonden en anderzijds een ware aanslag op het vooruitzicht om tegen een schappelijk uur, in ons nieuwe onderkomen aan te komen. Tergend traag ging dit vooruit. En als je dan weet dat je meer dan 400 km binnendoor dient te rijden… Vanaf Reschen, met z’n torentje dat uit een meer komt piepen, was het echter gedaan met de toeristen. Vanaf dan was de baan zo goed als voor ons. En het was janvermille weer een mooie opeenstapeling van postkaartuitzichten.
Een tweede aanslag op het tempo waren de belachelijk lage snelheidslimieten, het aantal flitspalen en daarbovenop nog links en rechts opduikende politiemensen met laserguns (of hoe noemt zo’n mobiel snelheidsmeetappartuur?). Auto’s op de bon, moto’s op de bon, vrachtwagens op de bon … verdikkemes, er stond zelfs een kleuter op een driewieler aan de kant, die z’n spaarvarken overhandigde aan de wetsdienaren. Maar die reed dan ook snoeihard op de stoep. Eigen schuld. Een oudere man die zich te snel verplaatste met z’n ferrari rode rollator kon zich er nog uitpraten en kreeg enkel een waarschuwing. Maar z’n nog oudere vrouw die hij op zijn rug droeg, moest wel haar zweepje en sporen afgeven.
En wat valt er te zeggen over het koude zonnige weer? Euh, niets. Is dat niet duidelijk genoeg soms?
Over ons achterste, na 9uur zadelzitten, ga ik al helemaaaal niet uitweiden.
Oh ja, dan was er nog een ongeluk in Zwitserland, op de SustenPas. Nauwelijks verkeer. Rij je daar vlotjes de bergpas omhoog. Merk je voor een bocht zo’n gevarendriehoek op de grond. Ga je van het gas af en staan je zintuigen op scherp. En zie je daar voor je, in het midden van de baan een sportauto op z’n dak liggen. Vloeistoffen van de bolide kleuren het wegdek (gelukkig niet rood). Ruiten zijn kapot. Binnenin zie je een ballonenfestival van airbags. Ernaast staat een man die zijn eigen vloeistoffen (ditmaal wel rood) aan het stelpen is, een motard die het verkeer doet vertragen en nog een andere man die hulp heeft geboden. Toch effe vragen of we ook nog enige hulp kunnen aanbieden. Alle hulpdiensten waren net verwittigd en er was geen nood meer voor wat ik ook maar zou kunnen betekenen of kunnen doen. Wel een heel bizar gegeven om dan zo naast een ondersteboven auto te rijden. De slipsporen die ik zag, leken me eerder driftsporen, maar van de andere kant: wat weet ik eigenlijk over het verschil tussen slip- of driftsporen ?
Voor ons was het tijd om af te sluiten en ons onderkomen te zoeken. Dat was een avontuur op zich, want de GPS kende het adres niet. Het is dan ook ergens in-het-midden-van-nergens. Totaal afgezonderd van alles. Een éénbaansvak de bossen en bergen in, om dan uit te komen op een plaatselijk cafe, restaurant, bed&ontbijt, en wat nog allemaal. Bon, het is er proper en de bedden lijken ons goed.
Op tijd het bed in, want de rijdag weegt wat door bij mij. En ik krijg zelfs al commentaar hier op het forum over mijn slaapwalletjes. Dus ik zal dringend eens een schoonheidsslaapje moeten inlassen.
Morgen trekken we opnieuw de bergen in. Op stapschoenen. We gaan Meen haar lef eens verder uittesten.
Ik gniffel nu al.
Tot morgen.
