Uit een recente circulaire blijkt dat motorkledij, in het bijzonder beschermende motorpakken, handschoenen, schoenen, reflecterende jassen of bovenkledij, aftrekbaar is wat het beroepsgedeelte betreft. Voorheen deed de minister hier moeilijk over .
In de personenbelasting is motorkledij aftrekbaar voor wat het beroepsgedeelte betreft...voor vennootschappen is de aftrekbaarheid steeds 100%... Leve de vennootschap, de motor...en de minister natuurlijk.
Ja, maar ik heb een eenmanszaak waarvoor ik de moto gekocht heb en ook (bijna) enkel gebruik. Nu is mijn boekhouder een beetje over de schreef aan het gaan in de andere richting als we het gewoon zijn: Hij heeft alles (moto en kledij) maar aan 50 procent ingebracht omdat hij zegt dat je 100 procent beroepsgebruik niet kan hard maken. Awel, da's straf. Vennootschappen moeten het niet hard maken en éénmanszaken wel, is dit wel verdedigbaar ??? (zitten er ook fiskalisten-gssers op dit forum ?)
In een vennootschap wordt alles aan 100 % in aftrek genomen. De wetgever heeft evenwel bepaald dat voor het privé gebruik van een personenwagen, electriciteit en nog enkele zaken er een 'voordeel van alle aard" dient betaald te worden. (zie het als een soort inkomen dat gevoegd wordt bij het inkomen van de zaakvoerder of werknemer en dat uiteraard dan ook belast wordt). Dit inkomen vertegenwoordigt dan zogezegd een vergoeding voor het privé gebruik.
De wetgever voorziet dit evenwel niet voor motorfietsen en lichte vrachtwagens.
Zomaar stellen dat een vennootschap er op nahouden gunstiger is, klopt niet helemaal. Het inkomen dat een zaakvoerder uit de vennootschap haalt (zijn wedde dus) wordt ook belast in de personenbelasting. daarenboven betaal je op het batig resultaat van de vennootschap ook nog eens vennootschapsbelasting.
Alle voor- en nadelen bespreken is hier niet op zijn plaats maar je mag me gerust een persoonlijk bericht nalaten voor verdere informatie.
Wat het 50% beroepsgebruik betreft, is het belangrijk te weten of er nog voertuigen in aftrek worden genomen, of er eventueel een voertuig enkel privé is ingeschreven (vb op je vrouw) en dus niet in kosten wordt gestopt. (je kan dan bv stellen dat je daar de privé km mee bolt).
En vooral, welke activiteit je uitvoert. (bv een kapper met salon heeft zijn motorfiets beroepshalve niet zoveel nodig). Het stellen dat als je jaarlijks slechts 20 km zou rijden met je motor waarvan 10 km beroepsmatig, heeft je nog geen recht om alle kosten a rato van 50% bereopsmatig te beschouwen. Met zo weinig km kun je moeilijk verdedigen dat je deze motor beroepsmatig nodig hebt om uw inkomen te behalen. (gezond verstand primeert).
Daarenboven lijkt het me inderdaad verstandig een aanvaardbaar percentage te hanteren want bij een fiscale kontrole wordt alles met één pennetrek gewijzigd samen met een eventuele belastingsverhoging.
Nieuwe circulaire: aftrekbaarheid motorfiets en –kledij
Zopas werd circulaire nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF Nr. 43/2005) van 23 november 2005 over de aftrekbaarheid van de motorfiets en kledij naar alle belastingsambtenaren gestuurd.
Wat voorafging
Toen de circulaire nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF 29/2004) van 9 juli 2004, gericht aan alle belastingsambtenaren, ons onder ogen kwam, werden alle hens aan dek geroepen. De kledij (uitgezonderd de helm) mocht namelijk niet meer afgetrokken worden als beroepskost. Een onlogische en onaanvaardbare beslissing!
M.A.G. heeft prompt de minister van financiën, Didier Reynders, hierover aangepakt. Op vraag van M.A.G. hebben vertegenwoordigers van diverse politieke partijen een parlementaire vraag ingediend. Tijdens een constructief gesprek met de minister hebben wij hem overtuigd om veiligheidskledij toch nog aftrekbaar te houden. Naar aanleiding van ons onderhoud verscheen circulaire nr. Ci.RH. 241/559.092 (AOIF 39/2004) van 22 oktober 2004.
Na ons gesprek met de minister werd een werkgroep samengesteld. Hierin bespraken we wat als kledij aftrekbaar zou worden gesteld alsook de gebruikelijke afschrijvingstermijnen van zowel motorfiets als kledij omdat we bij sommige controleurs met bizarre, onaanvaardbare, afschrijvingstermijnen werden geconfronteerd.
Hoofdlijnen nieuwe circulaire
De voorgaande circulaires over dit onderwerp worden door de recentst vervangen en worden onmiddellijk van kracht.
De kosten van het gebruik van de motorfiets voor het woon-werkverkeer en de beroepsmatige verplaatsingen komen voor hun werkelijke bedrag in aanmerking. We denken daarbij aan verzekeringskosten, verkeersbelasting, brandstof, enz. Het percentage van de aftrekbare kosten dat mag verrekend worden volgt uit de verhouding beroepsgereden kilometers tot het totaal gereden kilometers in het betreffende jaar.
Beschermende motoruitrusting geeft aanleiding tot aftrekbare beroepskosten. We verstaan hieronder:
• helm, met inbegrip van onderhoudsproducten (bv. tegen het aandampen van het vizier);
• oordoppen;
• sjaal of halsdoek;
• masker tegen milieuvervuiling;
• vest met minimum een bescherming op de schouders en ellebogen;
• een onder de vest te dragen gilet met bescherming voor de rug;
• motorbroek;
• motorhandschoenen;
• schoenen of laarzen die minimum de enkel beschermen;
Om aftrekbaar te zijn moet de beschermende motoruitrusting in een motorspeciaalzaak aangekocht zijn. Dit dient gestaafd te worden met een gedetailleerde factuur waarop merk, model en omschrijving voorkomen.
Kledij, zelfs in leder, die men strikt om comfortredenen draagt of om in de mode te zijn, geven geen aanleiding tot aftrek. T-shirts, pulls, kousen, … zijn dus uitgesloten. Beschermende motoruitrusting en helm mogen op 3 jaar afgeschreven worden.
De afschrijvingstermijn van motorfietsen wordt vooral beïnvloed door de duurzaamheid ervan (afhankelijk van het merk, model) en de gebruiksintensiteit of het aantal afgelegde kilometers. Voor een nieuwe motorfiets die normaal wordt gebruikt is een afschrijvingperiode van 5 jaar redelijk. De motorfiets mag naast lineair, ook degressief afgeschreven worden.
Een voorbeeldje van de afschrijvingen:
M. Otard legt zijn woon-werkverplaatsingen met de motor af. Hij koopt in 2004 een nieuwe motor met een aanschaffingswaarde van 12.500 EUR. In een motorspeciaalzaak koopt hij een helm (169,95 EUR), laarzen met enkelbescherming (229,95 EUR), motorhandschoenen (99,00 EUR), een lederen motorvest met versteviging op schouders en ellebogen (249,00 EUR) en een motorbroek (209,95 EUR) samen voor een totaalbedrag van 957,85 EUR.
De motor wordt afgeschreven over een periode van 5 jaar. Dhr. M. Otard heeft voor een degressieve afschrijving gekozen. De beschermende motoruitrusting wordt lineair over een periode van 3 jaar afgeschreven.
Dhr. M. Otard heeft in 2004 in totaal 18.000 km met zijn motor afgelegd, waarvan 15.000 km voor woon-werkverplaatsingen. Hij doet geen andere verplaatsingen die als beroepsverplaatsingen kunnen worden beschouwd. Het gedeelte beroepsgebruik bedraagt in dit geval dus 15.000 km / 18.000 km of 5/6.
Beschermende motoruitrusting: 957,85 EUR x 33,33 % = 319,25 EUR
319,25 EUR x 5/6 = 266,04 EUR
Totaal: 4.432,71 EUR.
Voor het woon-werkverkeer kan de motorrijder elk jaar opnieuw opteren voor aftrek met bewezen kosten of het systeem van een forfait van 0,15 euro per kilometer. Op deze forfait zit een kilometerbeperking van 75 kilometer enkel voor aanslagjaar 2006 en 100 kilometer vanaf aanslagjaar 2007.